Wetenschappen en techniek kleuteronderwijs

Ontwikkelingsdoelen

 

1. Natuur

 

Algemene vaardigheden

  De kleuters
1.1 kunnen verschillen onderscheiden in geluid, geur, kleur, smaak en voelen;
1.2 tonen een explorerende en experimenterende aanpak om meer te weten te komen over de natuur;
1.3 kunnen met hulp van een volwassene, eenvoudige bronnen hanteren om meer te weten te komen over de natuur.
 

Levende en niet-levende natuur

  De kleuters
1.4 kunnen organismen en gangbare materialen ordenen aan de hand van eenvoudige, zelf gevonden criteria;
1.5 kunnen in verband met voortplanting van mensen en dieren, illustreren dat een levend wezen steeds voortkomt uit een ander levend wezen van dezelfde soort;
1.6 kunnen illustreren dat de geboorte van mens en dier wordt voorafgegaan door een periode van gedragen worden door de moeder of door de ontwikkeling in een ei;
1.7 kunnen bij zichzelf aangeven welk lichaamsdeel instaat voor het horen, zien, ruiken, proeven en voelen;
1.8 kunnen verschillende weersomstandigheden waarnemen, vergelijken en benoemen en voorbeelden geven van de gevolgen voor zichzelf.
 

Gezondheid

  De kleuters
1.9 kunnen bij zichzelf en bij anderen het verschil tussen ziek, gezond en gewond zijn herkennen;
1.10 kunnen in concrete situaties gedragingen herkennen die bevorderlijk of schadelijk zijn voor hun gezondheid;
1.11 tonen goede gewoonten in hun dagelijkse hygiëne;
1.12 weten dat ze door de inname van sommige producten en planten ziek kunnen worden.
 

Milieu

  De kleuters
1.13 tonen een houding van zorg en respect voor de natuur.
 

2. Techniek

 

Kerncomponenten van techniek

  De kleuters
2.1 kunnen van technische systemen die ze zelf vaak gebruiken, aangeven of ze gemaakt zijn van metaal, steen, hout, glas, papier, textiel of kunststof;
2.2 kunnen van een eenvoudig technisch systeem uit hun omgeving aantonen dat verschillende onderdelen ervan in relatie staan tot elkaar in functie van een vooropgesteld doel.
 

Techniek als menselijke activiteit

  De kleuters
2.3 kunnen in een eenvoudige situatie nagaan welk technisch systeem best tegemoet komt aan een behoefte;
2.4 kunnen ideeën bedenken voor een eenvoudig technisch systeem;
2.5 kunnen geschikt materiaal en gereedschap kiezen voor het realiseren van een eenvoudig technisch systeem;
2.6 kunnen een eenvoudig technisch systeem maken, al dan niet aan de hand van een stappenplan;
2.7 kunnen nagaan of het doel werd bereikt met een zelfgemaakt technisch systeem.
2.8 zijn bereid hygiënisch, veilig en zorgzaam te werken;
2.9 tonen een experimentele en explorerende aanpak om meer te weten te komen over techniek.
 

Techniek en samenleving

  De kleuters
2.10 kunnen aangeven dat een technisch systeem dat ze gebruiken nuttig, gevaarlijk en/of schadelijk kan zijn.

Voor het realiseren van bovenstaande ontwikkelingsdoelen gelden volgende begripsomschrijvingen.

Kerncomponenten van techniek

De vier kerncomponenten van techniek zijn: technisch systeem, technisch proces, hulpmiddelen en keuzen.

  • Technisch systeem
    Een technisch systeem is een geheel van elkaar wederzijds beïnvloedende elementen en onderdelen die gericht zijn op het bereiken van (een) bepaald(e) doel(en).
    In een technisch systeem kunnen zich natuurkundige, scheikundige of biologische fenomenen voordoen.

    De term technisch systeem kan betrekking hebben op het systeemaspect alleen of op alle aspecten (de 4 kerncomponenten) van het technisch object. De gekozen toepassing van het ontwikkelingsdoel bepaalt welke van de twee benaderingen aangewezen is.
     
  • Technisch proces
    Een proces kent een geleidelijk verloop van een reeks acties om een technisch systeem in te zetten, te ontwikkelen of te verbeteren.
    Kenmerkend voor techniek is het technisch proces.
    Het technisch proces vertrekt vanuit een behoefte en verloopt volgens 5 stappen:
    • probleem stellen;
    • ontwerpen;
    • maken;
    • in gebruik nemen;
    • evalueren.
       
  • Hulpmiddelen
    De kerncomponent ‘hulpmiddelen’ omvat alles wat nodig is om technische systemen efficiënter te laten functioneren, te verwezenlijken en hun werking te doorgronden. Daarmee worden onder andere bedoeld: materialen en grondstoffen, energie, machines en gereedschappen, meetinstrumenten, mensen, kapitaal, tijd, …
     
  • Keuzen
    Keuzen zijn afhankelijk van criteria waaraan technische systemen moeten voldoen. Die criteria kunnen door de maatschappij of vanuit de techniek worden bepaald. Criteria kunnen norm worden en normen kunnen wet worden.
 

 

Uitgangspunten

Vanaf 1 september 2015 werd het leergebied ‘Wereldoriëntatie’ opgesplitst in twee nieuwe leergebieden: ‘Wetenschappen en techniek’ en ‘Mens en maatschappij’. De bestaande ontwikkelingsdoelen ‘Wereldoriëntatie’ werden daardoor verdeeld over deze twee nieuwe leergebieden. Inhoudelijk verandert er dus niets, waardoor de leerplannen behouden kunnen blijven. Hieronder vind je de uitgangspunten voor het leergebied ‘Wetenschappen en techniek’.

Met een grenzeloze interesse beweegt de kleuter zich in zijn wereld. Steeds meer maken zijn motoriek en taal het hem mogelijk om op ontdekking te gaan. Met een grote openheid 'beleeft' hij. Weinig dingen zijn echt ongewoon voor hem, of het nu om een computer gaat of Arabische muziek. Het is voor hem een kwestie van verkennen en leren kennen.

Ouders gaan spontaan in op vragen die kinderen stellen en sluiten op die manier aan bij een natuurlijke exploratiedrang. Het is belangrijk dat die exploratiedrang een verlengstuk krijgt op school. Dat kan door ook op school in te spelen op de natuurlijke situaties waarin kleuters terecht komen. Het is aan de leerkracht om hen te helpen dergelijke situaties te begrijpen en hun te leren ermee om te gaan. Stap voor stap.

Het leergebied ‘Wetenschappen en techniek’ in de kleuterschool betekent dat we kinderen helpen competenties te ontwikkelen rond thema’s over ‘Wetenschappen en techniek’ om zich in de situaties waarin ze terechtkomen goed te voelen en zich goed uit de slag te trekken. Het komt erop aan in de klas een voldoende ruime waaier van situaties aan te grijpen of te creëren, zodat er echt sprake is van een brede ontwikkeling.

Op school kunnen we een aantal situaties scheppen of aansluiten bij de ervaringen die kleuters spontaan opdoen, zowel binnen als buiten de school. Kinderen maken kennis met bepaalde wetmatigheden in de natuur (water kan bevriezen en wordt ijs, maar dit ijs kan ook smelten), ze ervaren verschillende technische mogelijkheden (je schoen kan je sluiten met een gesp, maar ook met veters of een velcrosluiting).

De aanknopingspunten om met kleuters rond ‘Wetenschappen en techniek’ te werken liggen als het ware voor het grijpen. Het is belangrijk dat kleuters zelf, vanuit een explorerende en onderzoekende houding, kansen krijgen om competenter te worden in de wereld van natuur en technologie.

 

Wat zijn eindtermen?

Eindtermen zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid als noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie.

Voor het lager onderwijs zijn er enkel eindtermen voor het einde van de basisschool.

Wat zijn ontwikkelingsdoelen?

Ontwikkelingsdoelen zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid wenselijk acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie.

In het kleuteronderwijs zijn er enkel ontwikkelingsdoelen voor het einde van de kleuterschool.

Besluit Vlaamse regering

De ontwikkelingsdoelen werden vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs van 27.05.1997 en in het decreet basisonderwijs.