Tweede graad - ASO - Technisch-technologische vorming

Vakgebonden eindtermen

 

1. Techniek begrijpen

1 De leerlingen kunnen effecten van techniek op mens en samenleving illustreren en in historisch perspectief plaatsen (zoals comfort, design, milieu, consumentisme …).
 

2. ‘Technisch' begrijpen

  De leerlingen kunnen
2 kennis en vaardigheden uit verschillende vakgebieden herkennen in technische realisaties.
3 de eigenheid van het technisch proces (bijvoorbeeld doelbepaling, ontwerpen, uitvoeren, evalueren) herkennen en omschrijven.
 

3. Attitude

4 De leerlingen ontwikkelen een constructief kritische houding ten aanzien van techniek, technische beroepen en ondernemingen/organisaties.

Uitgangspunten

1. Krachtlijnen

Een basis technisch-technologische vorming is, zeker in onze hoogtechnologische samen-leving onontbeerlijk. Deze hoogtechnologische samenleving kan haar dynamiek slechts behouden als onderwijs er in slaagt belangstelling voor techniek en technische beroepen te stimuleren.

Het ASO is essentieel gericht op algemene vorming. Dit betekent dat de vorming er de verschillende cultuur- of vormingscomponenten bevat. Daartoe behoort ook de technisch-technologische component. Door deze op uitdrukkelijke wijze te verbinden met de basisvorming van het ASO, wordt bovendien een impuls gegeven om vakken van de basisvorming meer ervaringsgericht uit te bouwen.

Een bijkomend doel van de technische component in het ASO is het verschil in maatschappelijke appreciatie tussen "algemene" cultuur en "aspecten van de technische cultuur" te doorbreken.

Techniek/technologie kan op twee manieren worden bestudeerd.

De eerste manier heeft aandacht voor historische aspecten, voor de effecten van techniek en technologie in de samenleving, voor de vergelijking van de technisch-technologische aanpak met andere benaderingen van de werkelijkheid, enz We kunnen dit samenvatten als "technisch begrijpen" of het bestuderen van techniek/technologie vanuit een extern standpunt.

De tweede manier heeft aandacht voor het technische proces zelf, voor de rol van ondernemingen hierbij en voor het belang van onderliggende of ondersteunende kennis en vaardigheden uit vakgebieden zoals wiskunde, fysica, chemie, milieukunde enz Hier wordt techniek/technologie bestudeerd van binnenuit waardoor we begrijpen wat "technisch/ technologisch" precies inhoudt.

2. Funderende doelstellingen

  1. Techniek begrijpen.
  2. "Technisch" begrijpen.
  3. Een constructief kritische attitude tegenover techniek hebben.

3. Selectiecriteria

Voor het garanderen van een voldoend substantiële technische component in het ASO zijn een aantal eindtermen geformuleerd waarvoor eindtermen vakgebonden of vakover-schrijdende eindtermen een geschikt aangrijpingspunt zijn. Eerder dan deze verbinding uitdrukkelijk aan te geven en op te leggen, wordt het aan de onderwijsverstrekkers overgelaten om deze eindtermen voor de technische vormingscomponent in concrete leerinhouden te vertalen en op een organische en samenhangende wijze in de vorming te integreren.

4. Coördinatie

Voor het garanderen van een voldoend substantiële technisch-technologische component in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs werden een aantal eindtermen geformuleerd waarvoor vakgebonden of vakoverschrijdende eindtermen een geschikt aangrijpingspunt zijn. Deze eindtermen vertonen verwantschap met de eindtermen voor technologische opvoeding in de eerste graad.

Eerder dan deze verbinding uitdrukkelijk aan te geven en op te leggen, wordt het aan de onderwijsverstrekkers overgelaten om deze eindtermen voor de technisch-technologische vormingscomponent in concrete leerinhouden te vertalen en op een organische en samenhangende wijze in de vorming te integreren.

 

Basisvorming, specifiek gedeelte en complementair gedeelte

Voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs onderscheidt men in de studierichtingen naast de basisvorming en het specifiek gedeelte, het complementaire gedeelte.

  • Voor de basisvorming zijn er vakgebonden eindtermen geformuleerd. Dit zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid als noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. Voor het gewoon secundair onderwijs worden ze vastgelegd per graad en per onderwijsvorm. Naast de vakgebonden eindtermen zijn er ook vakoverschrijdende eindtermen.
  • Voor de basisvorming van het eerste leerjaar B en het beroepsvoorbereidend leerjaar van de eerste graad zijn er ontwikkelingsdoelen. geformuleerd. Het zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid wenselijk acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie en die de school bij haar leerlingen moet nastreven. Ontwikkelingsdoelen kunnen vakgebonden of vakoverschrijdend zijn.
  • Voor het specifiek gedeelte van een opleiding worden specifieke eindtermen ontwikkeld. Dit zijn doelen met betrekking tot de vaardigheden, de specifieke kennis, inzichten en attitudes waarover een leerling van het voltijds secundair onderwijs beschikt om vervolgonderwijs aan te vatten en/of als beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen fungeren.
  • Specifieke eindtermen zijn momenteel ontwikkeld voor het ASO. De specifieke eindtermen voor de pool topsport gelden ook voor het TSO.

De overheid formuleert geen eindtermen of ontwikkelingsdoelen voor het keuzegedeelte, de basisopties en de beroepenvelden van de eerste graad secundair onderwijs en voor het complementaire gedeelte van de tweede en derde graad.

Besluit Vlaamse regering

De eindtermen werden vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs van 23.06.2000 en in de codex secundair onderwijs.