Tweede graad - ASO - Specifieke eindtermen - Cesuurdoelen - Economie

Protocolakkoord - Bijlage

Bijlage bij het protocolakkoord tussen de overheid en de inrichtende machten over de te bereiken doelstellingen in het specifieke gedeelte op het einde van de tweede graad ASO.

 

1. Markten

  De leerlingen kunnen
   
1. de rol van de marktprijs bij de ruiltransacties beschrijven.
2. de werking van het marktmechanisme op de productmarkt illustreren met behulp van een vraag- en aanbodschema.
3. motieven voor en de mogelijkheden van het actueel overheidsingrijpen in onvolkomen marktsituaties verklaren.
4. de rol van de werknemersorganisaties, de werkgeversorganisaties en de overheid bij de loonvorming aangeven en de juridische grondslagen omschrijven.
5. de samenhang tussen de productmarkt en de arbeidsmarkt aan de hand van concrete situaties verklaren, oorzaken en gevolgen van onevenwichten op de arbeidsmarkt aangeven en voorbeelden geven van werkgelegenheidsbeleid ter bestrijding van de werkloosheid.
6. verklaren waarom de markt te kort schiet bij het verstrekkenvan publieke goederen en deze bijgevolg door de overheid ter beschikking wordengesteld.
7. verklaren dat het prijsmechanisme tekortschiet bij het toerekenen van externe kosten, en voorbeelden geven van de wijze waarop de overheid corrigerend kan optreden
8. verklaren dat de markt een ongelijke inkomensverdeling tot gevolg kan hebben en beschrijven op welke wijze de overheid een maatschappelijk ongewenste graad van inkomensongelijkheid kan corrigeren.
9. aantonen dat bij de toewijzing van middelen via het marktmechanisme vragen van sociaal-ethische aard kunnen gesteld worden.
  De leerlingen kunnen
10. mogelijkheden,waaronder ondernemingsplan en ondernemingsvormen, beschrijven om het ondernemingsrisico te beperken.
11. de toenemende vermaatschappelijking van de onderneming, aan de hand van de stakeholder-theorie, illustreren.
12. rechten en plichten van werkgever en werknemer, toelichten en in juridische context plaatsen.
13. met voorbeelden toelichten hoe het personeel kan gemotiveerd worden.
14. de verschillende loonkostcomponenten benoemen en het relatieve aandeel ervan in verschillende landen vergelijken.
15. aan de hand van een eenvoudige marketingmix (product, prijs, promotie, plaats) aangeven hoe de onderneming zich op de markt competitief tracht op te stellen.
16. de betekenis, structuur en mechanismen van rekeningen duiden met het oog op de interpretatie van jaarrekeningen.
17. aan de hand van een jaarrekening en eventuele andere instrumenten, zoals opdrachtverklaring en waardecharter, nagaan in welke mate de ondernemingsdoelstellingen gerealiseerd werden.
18. voor- en nadelen van bronnen van ondernemingsfinanciering afwegen.
  De leerlingen kunnen
19. aangeven hoe economische groei wordt gemeten en het Bruto Binnenlands Product als indicator van groei, kritisch evalueren.
20. verklaren welke factoren de economische groei bepalen.
21. aantonen dat de internationale handel in belangrijke mate kan bijdragen tot economische groei.
22. illustreren dat aan economische groei positieve en negatieve aspecten verbonden zijn.
23. voorbeelden geven van maatregelen die duurzame groei bevorderen.
24. op basis van welvaartsindicatoren de welvaartsongelijkheid in de wereld illustreren en factoren aangeven die aan de basis hiervan liggen.
25. de verschillende fasen in het conjunctuurverloop en effecten ervan beschrijven.
  De leerlingen kunnen
26. onder begeleiding voor een gegeven onderzoeksprobleem onderzoeksvragen formuleren.
27. op basis van geselecteerde bronnen voor een gegeven onderzoeksvraag, op een systematische wijze informatie verzamelen en ordenen.
28. onder begeleiding een gegeven probleem met een aangereikte methode onderzoeken.
29. onder begeleiding onderzoeksresultaten verwerken, interpreteren en conclusies formuleren.
30. volgens een gegeven stramien over de resultaten van de eigen onderzoeksactiviteit rapporteren.
31. onder begeleiding reflecteren over de bekomen onderzoeksresultaten en over de aangewende methode.

Bijlage bij het protocolakkoord tussen de overheid en de inrichtende machten over de te bereiken doelstellingen in het specifieke gedeelte op het einde van de tweede graad ASO.

Er zijn momenteel specifieke eindtermen ontwikkeld voor het specifieke gedeelte van opleidingen (studierichtingen) uit het algemeen secundair onderwijs (ASO). De specifieke eindtermen topsport zijn ook geldig voor de opleidingen met topsport in het technisch secundair onderwijs (TSO). Specifieke eindtermen zijn doelen met betrekking tot de vaardigheden, de specifieke kennis, inzichten en attitudes waarover een leerling beschikt om vervolgonderwijs aan te vatten.

De specifieke eindtermen werden ontwikkeld op basis van studieprofielen. Een studieprofiel concretiseert de algemene kenmerken van een wetenschapsdomein.

Specifieke eindtermen zijn geordend per pool. Elke pool is rechtstreeks verbonden met een bepaald studieprofiel. De pool bevat de einddoelen (specifieke eindtermen) die voor dit wetenschapsdomein haalbaar zijn in de tweede en/of derde graad. Het specifiek gedeelte van een opleiding (studierichting) bestaat uit één of twee polen.

Omdat specifieke eindtermen altijd voor het einde van de derde graad worden geformuleerd zijn er tussen de onderwijsoverheid en de onderwijskoepels afspraken gemaakt over de doelen die op het einde van de tweede graad voor het ASO moeten worden bereikt, de zogenaamde cesuurdoelen.

Veelgestelde vragen

Meer informatie over specifieke eindtermen vindt u in de regelgeving.

Besluit Vlaamse regering

De eindtermen werden vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs van 16.09.2005 en in de codex secundair onderwijs.