Sociale vaardigheden

Eindtermen

 

1. Sociale vaardigheden - domein relatiewijzen

1.1 De leerlingen kunnen zich op een assertieve wijze voorstellen.
1.2 De leerlingen kunnen in omgang met anderen respect en waardering opbrengen.
1.3 De leerlingen kunnen zorg opbrengen voor iets of iemand anders.
1.4 De leerlingen kunnen hulp vragen en zich laten helpen.
1.5 De leerlingen kunnen bij groepstaken leiding geven en onder leiding van een medeleerling meewerken.
1.6 De leerlingen kunnen kritisch zijn en een eigen mening formuleren.
1.7 De leerlingen kunnen zich weerbaar opstellen naar leeftijdgenoten en volwassenen toe door signalen te geven die voor anderen begrijpelijk en aanvaardbaar zijn.
1.8 De leerlingen kunnen zich discreet opstellen.
1.9 De leerlingen kunnen ongelijk of onmacht toegeven, kritiek beluisteren en eruit leren.
 

2. Sociale vaardigheden - domein gespreksconventies

2.

De leerlingen kunnen in functionele situaties een aantal verbale en niet-verbale gespreksconventies naleven.
 

3. Sociale vaardigheden - domein samenwerking

3.

De leerlingen kunnen samenwerken met anderen, zonder onderscheid van sociale achtergrond, geslacht of etnische origine.

 

Uitgangspunten

1. Kerngedachten

Sociale vaardigheden zijn alle gedragingen die men in onze cultuur ter beschikking moet hebben om op een efficiënte en opbouwende wijze deel te nemen aan het sociale leven, zowel op maatschappelijk als op interpersoonlijk en familiaal vlak. Moeilijkheden op persoonlijk of maatschappelijk vlak gaan vaak samen met een te beperkte sociale bagage om in verschillende situaties op een bevredigende wijze te functioneren.

 Het onderwijs kan een bijdrage leveren aan de ontwikkeling en ondersteuning van het sociaal functioneren van jonge kinderen. Dat is het uitgangspunt van de eindtermen sociale vaardigheden. Sociaal functioneren veronderstelt een aantal inzichten, vaardigheden en attitudes die kinderen gaandeweg verwerven. Dat doen ze in belangrijke mate op basis van hun ervaringen thuis, in de familie, de buurt, de leeftijdsgroep waar ze deel van uit maken. Maar een belangrijke rol spelen ook de ervaringen die ze opdoen in de klas en in de ruimere context van de school.

 Juist bij jonge kinderen is de bijdrage van het onderwijs aan het sociaal functioneren van groot belang. In het kleuteronderwijs wordt een basis gelegd waarop het lager onderwijs verder bouwt. De eindtermen van het secundair onderwijs bouwen op hun beurt verder op die van het lager onderwijs. Zo is er doorstroming, herhaling en verdieping.

 De beschreven eindtermen houden op zich geen keuze in van het mens- en maatschappijbeeld van waaruit sociale vaardigheden het best worden aangewend. Ze werden los van inhouden geformuleerd, zodat de school ze in het eigen opvoedingsproject kan integreren. Ze steunen vooral op de sociaal-psychologische wetmatigheden die spelen tussen mensen binnen relaties, groepen, organisaties en maatschappelijke situaties. Door de eindtermen in te oefenen zullen kinderen beter in staat zijn om een goed verlopende sociale interactie te starten, te ontwikkelen en tot een bevredigend einde te brengen. Naargelang van ieders eigen cultuur en levensbeschouwing, persoonlijke voorkeuren, overwegingen van haalbaarheid of de eisen van concrete situaties kunnen daarin andere accenten worden gelegd.

2. Domeinen

De geformuleerde eindtermen slaan op de sociale vaardigheden die in de praktijk tot uiting komen wanneer de situatie daar om vraagt. Afhankelijk van de situatie handelen kinderen op eigen initiatief of als reactie op die situatie. Binnen de schoolsituatie zal het sociale gedrag van de leerling mee bepaald worden door de ruimte die het hele schoolteam ervoor creëert. Sociale vaardigheden komen met andere woorden niet enkel tot uiting bij het onderwijzen van leerinhouden in de klas, maar vinden ook een ruimer toepassingsgebied in het totale schoolse gebeuren.

 Bij de concretisering van de eindtermen wordt aandacht gevraagd voor drie specifieke domeinen van het sociaal functioneren, namelijk relatiewijzen, gespreksconventies en samenwerking. De keuze voor deze domeinen vindt haar verantwoording in de gedachte dat men binnen een schoolse context aan deze aspecten kan werken. De domeinen staan in wisselwerking met elkaar. Zo is het belangrijk te weten dat gespreksconventies beheersen een van de middelen is bij het hanteren van de relatiewijzen. Leren samenwerken, creëert dan weer situaties waarin de relatiewijzen en gespreksconventies functioneren.

 Relatiewijzen

 Welke relatiewijze als bekwaamheid al aanwezig is, hangt grotendeels af van de sociale en familiale context van de kinderen. Toch zouden ze allemaal moeten kunnen beschikken over een voldoende ruim gamma van relatiewijzen. Dat moet ook, willen zij zich zowel binnen als buiten de school als een sociaal vaardig persoon kunnen gedragen.

Maar daar hangt wel een voorwaarde aan vast. Zo moet een kind op zijn niveau verschillende sociale situaties goed kunnen inschatten. Voorts moet het zijn gedrag ook kunnen aanpassen aan de situatie. Natuurlijk liggen bepaalde relatiestijlen de ene persoon beter dan de andere. Iedereen heeft recht op een eigen stijl en persoonlijkheid. Toch moet dit individueel recht worden gerelativeerd door het recht van de andere die men ontmoet. De kinderen moeten de sociale vaardigheden oefenen die ze minder goed in de vingers hebben. Het is hierbij van belang dat kinderen zich bewust zijn van de verscheidenheid van omgangswijzen. Ze moeten ook weten dat een relatiewijze niet eenzijdig wordt gehanteerd. Slechts op die manier zullen kinderen in hun omgang met anderen een voldoende ruim gamma van relatiewijzen kunnen aanwenden.

Gespreksconventies

 In gesprek kunnen treden met anderen en dit gesprek op een bevredigende wijze onderhouden en afsluiten, is een onmisbare sociale vaardigheid. Ook in de basisschool moeten kinderen kansen krijgen om zich te bekwamen in het communiceren met andere kinderen, met de leerkrachten en directie, met andere volwassenen, ... Belangrijk is wel dat binnen de klas en de school hiervoor het vereiste klimaat wordt gecreëerd.

Samenwerking

 Kunnen deelnemen aan vormen van samenwerking is een specifieke vaardigheid die men, net als de vorige twee, kan leren en oefenen. Bovendien biedt kunnen samenwerken met anderen een onvervangbare kans om van anderen te leren. Dit geldt zowel voor samenwerken met twee als voor samenwerken in een taakgroep of naar aanleiding van een groepsdiscussie.