Secundair onderwijs - Eerste graad - B-stroom - Techniek

Vakgebonden ontwikkelingsdoelen

 

Kerncomponenten van techniek

  De leerlingen kunnen:
1 verschillende onderdelen in een eenvoudig technisch systeem onderzoeken: de functies en de relaties ertussen toelichten;
2 onderzoeken hoe het komt dat een zelf gebruikt technisch systeem niet of slecht functioneert;
3 voor enkele zelf gebruikte technische systemen illustreren hoe ze in de loop van de tijd geoptimaliseerd zijn;
4 in concrete voorbeelden de stappen van het technisch proces aanduiden: probleemstelling onderzoeken, ontwerpen, maken, in gebruik nemen, evalueren;
5 in concrete ervaringen uit techniek het nut aantonen van de gebruikte hulpmiddelen zoals gereedschappen, machines, grondstoffen, materialen, energie, informatie, menselijke inzet, geldmiddelen, tijd;
6 technische systemen, het technisch proces, hulpmiddelen en keuzen herkennen in verschillende verkenningsgebieden1 uit de wereld van techniek: informatie- en communicatietechniek, verzorging, voeding, bouw, elektriciteit, hout, metaal, kunststoffen, schilder- en grafische technieken, mode, tuinbouw.
 

Techniek als menselijke activiteit

  De leerlingen kunnen
7 de vereisten waaraan een technisch systeem moet voldoen onderzoeken in functie van het gebruik of de realisatie ervan;
8 een eenvoudig ontwerp aanvullen uitgaande van de vooropgestelde vereisten;
9 een eenvoudig constructieplan, een stuklijst, een receptuur, kwaliteitseisen en symbolen lezen in functie van een maakopdracht;
10 een logisch stappenplan raadplegen en de te gebruiken hulpmiddelen kiezen in functie van de maakopdracht;
11 een maakopdracht uitvoeren met oog voor vereisten van kwaliteit, veiligheid, ergonomie en milieu;
12 een gerealiseerd eindproduct toetsen aan de vooropgestelde vereisten;
13 het eigen maakproces evalueren en voorstellen doen voor verbetering;
14 de opeenvolgende stappen van het technisch proces doorlopen om een eenvoudig technisch systeem te realiseren;
15 problemen oplossen bij het in dienst stellen en onderhouden van een technisch systeem;
16 technische systemen zorgzaam, doelgericht, veilig en ergonomisch gebruiken;
17 bij het ontwerpen, maken en gebruiken in de klas gelijkenissen en verschillen aangeven met professionele technische werkwijzen;
18 technische systemen realiseren in verschillende verkenningsgebieden1 uit de wereld van techniek: informatie- en communicatietechniek, verzorging, voeding, bouw, elektriciteit, hout, metaal, kunststoffen, schilder- en grafische technieken, mode, tuinbouw.
 

Techniek en samenleving

  De leerlingen kunnen
19 aan de hand van voorbeelden illustreren dat een technisch systeem ontworpen en gemaakt is om aan behoeften te voldoen;
20 aan de hand van diverse toepassingen illustreren dat het gebruik van technische systemen zowel goede als slechte gevolgen kan hebben voor henzelf, voor de manier waarop mensen (samen)leven en voor de natuur;
21 voorbeelden geven van maatschappelijke keuzen die bepalend zijn voor het gebruik en de ontwikkeling van nieuwe technische systemen, nu en in het verleden;
22 de wederzijdse beïnvloeding van techniek en samenleving illustreren in verschillende verkenningsgebieden1 uit de wereld van techniek: informatie- en communicatietechniek, verzorging, voeding, bouw, elektriciteit, hout, metaal, kunststoffen, schilder- en grafische technieken, mode, tuinbouw;
23* het belang erkennen van technische beroepen en van technische vaardigheden in de huidige samenleving, en daarbij geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen;
24 duidelijk maken in welke beroepen en sectoren de uitgevoerde technieken van belang zijn.
  * De attitudes werden met een asterisk (*) aangeduid.
  Voor het realiseren van bovenstaande ontwikkelingsdoelen gelden volgende begripsomschrijvingen.
Kerncomponenten van techniek
De vier kerncomponenten van techniek zijn: technisch systeem, technisch proces, hulpmiddelen en keuzen.
  • Technisch systeem
    Een technisch systeem is een geheel van elkaar wederzijds beïnvloedende elementen en onderdelen die gericht zijn op het bereiken van (een) bepaald(e) doel(en).
    In een technisch systeem kunnen zich natuurkundige, scheikundige of biologische fenomenen voordoen.

    De term technisch systeem kan betrekking hebben op het systeemaspect alleen of op alle aspecten (de 4 kerncomponenten) van het technisch object. De gekozen toepassing van het ontwikkelingsdoel bepaalt welke van de twee benaderingen aangewezen is.
     
  • Technisch proces
    Een proces kent een geleidelijk verloop van een reeks acties om een technisch systeem in te zetten, te ontwikkelen of te verbeteren.
    Kenmerkend voor techniek is het technisch proces.
    Het technisch proces vertrekt vanuit een behoefte en verloopt volgens 5 stappen:
    • probleem stellen;
    • ontwerpen;
    • maken;
    • in gebruik nemen;
    • evalueren.
       
  • Hulpmiddelen
    De kerncomponent ‘hulpmiddelen’ omvat alles wat nodig is om technische systemen efficiënter te laten functioneren, te verwezenlijken en hun werking te doorgronden. Daarmee worden onder andere bedoeld: materialen en grondstoffen, energie, machines en gereedschappen, meetinstrumenten, mensen, kapitaal, tijd, …
     
  • Keuzen
    Keuzen zijn afhankelijk van criteria waaraan technische systemen moeten voldoen. Die criteria kunnen door de maatschappij of vanuit de techniek worden bepaald. Criteria kunnen norm worden en normen kunnen wet worden.

1 Uit de elf verkenningsgebieden worden minstens vijf verkenningsgebieden gekozen, waarvan minstens één uit verzorging of voeding en minstens één uit bouw, elektriciteit, hout of metaal.

Uitgangspunten

Situering

In september 1998 werden de eindtermen en ontwikkelingsdoelen ingevoerd in het basisonderwijs. Technologie is één van de zes domeinen van het leergebied wereldoriëntatie, zowel in het kleuteronderwijs als in het lager onderwijs. In de eerste graad van het secundair onderwijs werden in september 1997 de eindtermen en ontwikkelingsdoelen ingevoerd voor het vak technologische opvoeding uit de basisvorming, zowel in de A-stroom als in de B-stroom.

Techniek[1] als algemene vormingscomponent in onderwijs is ook nu, anno 2008, meer dan ooit aan de orde. Zo verwijst bijvoorbeeld de aanbeveling van het Europees Parlement van december 2006 inzake een Europees referentiekader voor levenslang leren naar de technologische competentie als noodzakelijke kerncompetentie voor alle jongeren en volwassenen. Diverse recente studies, o.a. van de Koning Boudewijnstichting, stellen dat techniek een belangrijke plaats moet innemen in de "basisvorming" van alle jongeren. Alle leerlingen hebben nood aan een gedegen minimum aan kennis en vaardigheden met het oog op hun zelfontplooiing en om kritisch creatief te kunnen functioneren in de maatschappij van vandaag en morgen. Met andere woorden, technische geletterdheid is van belang voor iedereen.

De motieven om de eindtermen en ontwikkelingsdoelen te actualiseren moeten worden gezocht in de snelle en indringende evoluties van techniek. Ook de impact van techniek op de samenleving is nooit zo ingrijpend, alomvattend en sturend geweest. De bestaande eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor technologie en technologische opvoeding blijken onvoldoende aangepast aan deze snelle ontwikkelingen. Reeds in de late jaren negentig stelden rapporten van de onderwijsinspectie tekortkomingen en knelpunten vast ten aanzien van de technische vormingscomponent zowel in het basisonderwijs[2] als in de eerste graad A-stroom[3] van het secundair onderwijs. Conclusies van onderzoek rond de perceptie van eindtermen en ontwikkelingsdoelen in het basisonderwijs bij leerkrachten en directies bevatten gelijkaardige signalen. Wanneer bijvoorbeeld aan leerkrachten gevraagd wordt om het belang en de haalbaarheid aan te geven van de eindtermen voor de verschillende domeinen uit het leergebied wereldoriëntatie, dan staan telkens eindtermen uit het domein technologie in de top vijf van de minst belangrijke en de minst haalbare doelstellingen.
Ten slotte stelt men algemeen vast dat, ondanks de alomtegenwoordigheid van techniek, steeds minder jongeren gemotiveerd kiezen voor technische beroepen en loopbanen.

De actualisering van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen kadert ook in het ruimere klimaat van sensibilisering voor techniek, technische studie en loopbanen. Zo is een van de Lissabondoelstellingen van de Europese Ministerraad (Onderwijs) van 2003: meer diploma’s uitreiken in wetenschappen en technologie. De EU vraagt de lidstaten hieromtrent acties te ondernemen. Ook de Vlaamse overheid neemt diverse initiatieven en tekent strategieën uit om de bewustmaking van het belang van wetenschap en techniek bij de burgers te stimuleren. Adequaat kunnen omgaan met techniek wordt vanuit maatschappelijk standpunt als prioritair beoordeeld. Ouders, leerkrachten en leerlingen zijn daarin een belangrijke doelgroep. De actualisering van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor de technische component in het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs is een eerste concrete stap. Onderwijs neemt hiermee zijn verantwoordelijkheid op om die maatschappelijke doelstellingen mee te helpen realiseren.

De beleidsnota ‘Onderwijs en Vorming 2004-2009’ van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming stelt het zo: “Als Vlaanderen zijn welvaart en welzijn wil bestendigen, dan zullen wetenschap en technologie in de toekomst een meer centrale plaats moeten hebben in de maatschappij en in het onderwijs. Technologie moet deel uitmaken van de algemene vorming van alle jongeren, omdat een minimum nodig is om te kunnen functioneren in de maatschappij van morgen. Daarom moeten leerlingen al van in het basisonderwijs op een aantrekkelijke manier kunnen kennismaken met technologie. (...) Alleen al de dagelijkse gebruiksvoorwerpen van jongeren, gsm, mp3, cd-rom confronteren hen daarmee. Er zijn dus zeker aanknopingspunten om hen voor techniek en technologie te interesseren en de waardering voor die domeinen te verhogen.”

In september 2007 zijn de vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen ingevoerd voor informatie- en communicatietechnologie (ict). Samen met de nu voorliggende geactualiseerde eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor technologie en technologische opvoeding, en deze voor het WO-domein natuur (basisonderwijs) en voor natuurwetenschappen (eerste graad) ontstaat er zo een technologisch-wetenschappelijk drieluik dat een basis moet vormen in het curriculum om onze jongeren adequaat voor te bereiden op de uitdagingen en de ontwikkelingen van deze 21ste eeuw.

Bij het uitvoeren van de actualiseringsopdracht diende rekening te worden gehouden met volgende vier specifieke aandachtspunten:

  • een betere afstemming tussen het basis- en secundair onderwijs realiseren;
  • de component techniek expliciteren binnen het basisonderwijs en binnen de basisvorming van de eerste graad secundair onderwijs;
  • aansluiten bij de bevindingen van het project TOS21[4] (zie verder);
  • de relatie tussen techniek en wetenschappen uitklaren.

1. Visie op eindtermen en ontwikkelingsdoelen techniek

1.1 Bijdragen aan de ontwikkeling van technische geletterdheid

Techniek[5]

In de literatuur wordt techniek gedefinieerd als: “het geheel van ingrepen waarmee de mens, om aan zijn menselijke noden en behoeften te voldoen, zijn omgeving probeert te beheersen en te veranderen". Techniek moet gezien worden als sociaal en maatschappelijk verschijnsel en als deel van de cultuur. Techniek is naast denken en handelen ook reflecteren hierover.

In curricula voor techniek als deel van de algemene vorming vinden we wereldwijd deze brede betekenis terug. Er wordt hierbij in sommige landen gekozen voor de term ‘techniek’ en in andere landen voor ‘technologie’. We kunnen vaststellen dat in de media, in de dagelijkse omgangstaal en ook in specifieke sectoren en zelfs in het onderwijs vaak engere, meervoudige en ook verschillende betekenissen aan beide begrippen verbonden worden. In de eindtermen en ontwikkelingsdoelen techniek kiezen we consequent voor de term ‘techniek’ en de brede invulling ervan.

Technische geletterdheid

Techniek als onderdeel van de basisvorming van elke jongere, is gericht op het verwerven van technische geletterdheid. Wij gebruiken in deze tekst de term 'basisvorming' in een brede algemene betekenis. Het omvat het volledige aanbod in het basisonderwijs en de decretale basisvorming in de eerste graad van het secundair onderwijs.

De technisch geletterde jongere is een competente en verantwoordelijke gebruiker van techniek, die techniek begrijpt, hanteert en duidt vanuit een waarderende kritische houding in gebruikersituaties. Hij of zij kan omgaan met techniek om optimaal te functioneren en te participeren aan de samenleving.

Deze omschrijving is ook het uitgangspunt van het project Techniek op school voor de 21ste eeuw (TOS21) dat in 2004 van start ging. De beleidsdomeinen Economie, Wetenschap en Innovatie enerzijds en Werk, Onderwijs en Vorming anderzijds van de Vlaamse regering investeerden samen in dit project. De doelstellingen behelsden onder andere het ontwikkelen van een visie op ‘techniek voor iedereen’ en het aanleveren van essentiële bouwstenen voor de curriculumontwikkeling voor kinderen en jongeren van 2,5 tot 18 jaar.

Om technisch geletterd te worden, stelt TOS21, is het belangrijk dat de techniekgebruiker

  • weet wat techniek is en waar het in techniek om gaat: techniek begrijpen;
  • over de nodige vaardigheden beschikt om verantwoord en competent om te gaan met techniek: techniek hanteren;
  • het belang en het impact van techniek op de maatschappij (en andersom) weet in te schatten en te beoordelen: techniek duiden.

Het project TOS21 past deze drie dimensies van techniek leren toe op de kerncomponenten van techniek: technische systemen, processen, hulpmiddelen en keuzes. Hun onderlinge samenhang en wisselwerking maakt de kern uit van technisch geletterd zijn.

Tabel: technische geletterdheid[6].

  KERNCOMPONENTEN VAN TECHNIEK
TECHNISCHE SYSTEMEN PROCESSEN HULPMIDDELEN KEUZES
TECHNIEK LEREN BEGRIJPEN HOE TECHNISCH GELETTERD WORDEN?
HANTEREN
DUIDEN

Uit de combinatie van de kerncomponenten van techniek met de dimensies van techniek leren komt het TOS21 project tot een set van 19 standaarden die de technische geletterdheid concreet maken.

Tabel: Opsomming van standaarden voor het bereiken van technische geletterdheid[7].

  KERNCOMPONENTEN van TECHNIEK
TECHNISCHE SYSTEMEN PROCESSEN HULPMIDDELEN KEUZES

DIMENSIES VAN TECHNIEK LEREN

BEGRIJPEN Begrijpen dat in technische systemen de onderdelen op elkaar afgestemd zijn.

Begrijpen dat technische systemen kunnen falen.

Begrijpen dat technische systemen planmatig onderhouden moeten worden om hun levensduur, kwaliteit en werking te waarborgen.

Begrijpen dat technische systemen een kwaliteitscontrole ondergaan.

Begrijpen dat technische systemen worden uitgevonden of worden geoptimaliseerd.

Begrijpen dat het technisch proces cyclisch is. Begrijpen dat hulpmiddelen alle middelen zijn die nodig zijn om technische systemen te laten functioneren, te verwezenlijken en hun werking te doorgronden. Begrijpen dat maatschappelijke keuzes bepalend zijn voor het gebruik en de ontwikkeling van technische systemen.
HANTEREN Technische systemen efficiënt gebruiken.

Onderzoekend omgaan met niet werkende technische systemen.

Technische systemen onderhouden.

Het technisch proces cyclisch doorlopen om een technisch systeem te realiseren. Hulpmiddelen hanteren in functie van het te bereiken doel.  
DUIDEN Duiden dat aan de basis van technische systemen een behoefte ligt.

Duiden dat het gebruik van technische systemen positieve en negatieve effecten kan hebben.

Duiden dat technische systemen evolueren in de tijd.

Duiden dat het technisch proces het maatschappelijke leven van mensen beïnvloedt.

Duiden dat wetenschappelijke inzichten een rol spelen in het technisch proces.

  Duiden dat keuzes noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling en het gebruik van technische systemen.

De term technisch systeem kan betrekking hebben op het systeemaspect alleen of op alle aspecten (de 4 kerncomponenten) van het technisch object. De gekozen toepassing van de eindterm/ het ontwikkelingsdoel bepaalt welke van de twee benaderingen aangewezen is.

1.2 Techniek binnen de basisvorming van elke jongere

De vormingscomponent techniek in het basisonderwijs en in de eerste graad van het secundair onderwijs moet gericht zijn op de technische geletterdheid: technische systemen in hun werking doorgronden, een eigen ontwerp- en of maakproces en de verschillende stappen daarin doorlopen, systemen kunnen gebruiken en weten wat ze voor zichzelf en voor de samenleving betekenen.

Specialisering of zelfs aanzet tot specialisering behoort niet tot deze vormingscomponent.

De geactualiseerde eindtermen en ontwikkelingsdoelen stellen uitdrukkelijk dat er noch in  het basisonderwijs, noch in de basisvorming van de 1ste graad gewerkt wordt aan het ontwikkelen van vaardigheden die behoren tot het arsenaal van een professionele technicus. Centraal staat niet het aanleren van technisch-praktische (motorische) vaardigheden maar wel het ontwikkelen van het technisch denken en handelen in de verschillende dimensies: begrijpen, hanteren en duiden.

Het beheersen van de drie dimensies draagt bij tot het ontwikkelen van de totale persoonlijkheidsontwikkeling zoals de basisvorming die beoogt. De leerlingen ontwikkelen via het inzicht, het hanteren en het duiden onder meer zelfvertrouwen, vormen zich een mening en komen via actief, onderzoekend en ontwerpend omgaan met techniek tot creatief denken en oplossen. Via de technische invalshoek worden algemene attitudes ontwikkeld: zorg voor kwaliteit, zin voor veiligheid, nauwkeurigheid, enz.  Er wordt een aanzet gegeven tot kritische reflectie over waarde en beperkingen van technische activiteiten en over hun impact op het milieu. Het belang van techniek voor zowel de huidige samenleving als voor de culturele evolutie wordt geduid. De vorming draagt bij tot de bewustwording van de gelijkwaardigheid van verschillende soorten beroepen en opleidingen. De doorbreking van rolpatronen is daarbij een expliciet doel.

De techniekcomponent in de basisvorming moet leerlingen zeker ook helpen om hun talenten en mogelijkheden op dat gebied beter in te schatten. Brede verkenning van toepassingsgebieden uit de wereld van techniek is daarvoor een conditio sine qua non. De geactualiseerde eindtermen en ontwikkelingsdoelen stellen dit expliciet op elk van de drie onderwijsniveaus: in het kleuter-, lager en de 1ste graad van het secundair onderwijs maken kinderen en jongeren kennis met de diversiteit van gebieden waarin techniek wordt toegepast.

Kleuters hebben een grenzeloze interesse en een natuurlijke exploratiedrang. Op school kunnen we een aantal situaties scheppen of aansluiten bij de ervaringen die kleuters spontaan opdoen, zowel binnen als buiten de school. Het is voor hen een kwestie van verkennen en leren kennen. De voorgestelde ontwikkelingsdoelen doen ook een appèl op het creatief potentieel van de kleuter.

De geactualiseerde eindtermen techniek geven voor het einde van het basisonderwijs een eerste ijkpunt aan, weliswaar nog flink ingebed in het leergebied wereldoriëntatie. Niet alles moet even diepgaand behandeld worden in het basisonderwijs, de brede oriëntatie en kennismaking is belangrijker. Daarbij staat een geïntegreerde benadering van begrijpen, hanteren en duiden in het basisonderwijs voorop. Dat houdt in dat er vaak combinaties gemaakt worden van de drie dimensies, eerder dan ze onderscheiden te behandelen.

In de eerste graad van het secundair onderwijs komt er een beweging van een meer exemplarische benadering in het basisonderwijs naar een meer systematische behandeling. De verschillende aspecten van techniek en technische geletterdheid worden meer onderscheiden behandeld. De aanpak is analytischer gekleurd.

In de eindtermen voor de A-stroom wordt meer beroep gedaan op de reflectieve vaardigheden. Toch moet hier ten alle prijze vermeden worden te vervallen in een te theoretische benadering. Het hanteren blijft voorop staan, maar het begrijpen en het duiden kennen een volwaardige uitbouw. Leerlingen moeten op het einde van de eerste graad keuzen maken voor hun verdere studieloopbaan. De vormingscomponent techniek moet dus naast de technische geletterdheid ook de keuzebekwaamheid als doel hebben. Leerlingen kunnen dat maar indien zij techniek in zijn volle eigenheid ervaren hebben, dat wil zeggen compromisloos in alle aspecten die de eindtermen aangeven, maar in het bijzonder ook voldoende toegespitst op de brede verkenning van toepassingsgebieden die opgesomd staan in de eindtermen.

In de B-stroom behoort het vak technologische opvoeding decretaal tot de basisvorming in het eerste leerjaar B. In het beroepsvoorbereidend leerjaar (2de jaar) komt technologische opvoeding niet meer voor als vak van de basisvorming. Dat betekent dat de totale basisvorming voor technische geletterdheid in het eerste leerjaar B afgerond wordt.

De leerlingenpopulatie in de B-stroom is heterogeen. Toch mag men stellen dat het vooral “doeners” zijn. Hanteren van techniek is dan ook de belangrijkste dimensie in de voorgestelde ontwikkelingsdoelen. De "maak"-fase en de verschillende stappen van het technisch proces zullen vaak het uitgangspunt zijn voor leerlingen in de B-stroom. De leerlingen kunnen op die manier binnen de verschillende verkenningsgebieden hun talenten exploreren.

Verder moeten de ontwikkelingsdoelen recht doen aan de specifieke scharnierfunctie van het eerste leerjaar B. Die houdt een dubbele uitdaging in. Enerzijds vereist het een gegarandeerde brede verkenning aan de hand van activiteiten die inspelen op technische geletterdheid in de brede zin van het woord. Anderzijds moeten deze activiteiten ook betekenisvol zijn in het studiekeuze-oriëntatieproces van de leerlingen naar het volgende leerjaar. Om met name de overgang tussen 1B en BVL te stroomlijnen opteerde men voor nominaal opgesomde en verplichte verkenningsgebieden in 1B. Deze optie voor de verkenningsgebieden is overgenomen van de bestaande ontwikkelingsdoelen, inclusief de keuzemogelijkheden en beperkingen.

2. Funderende doelen

Met het oog op het verwerven van technische geletterdheid is de basisvorming voor techniek gericht op een integratie van volgende doelen:

1 Inzicht hebben in de essentie van techniek: in wat techniek is en hoe techniek werkt.
2 Een vaardige techniekgebruiker zijn: technische systemen gebruiken of realiseren.
3 Een verantwoordelijke techniekgebruiker zijn: duurzaam omgaan met techniek.
4 Kritisch-creatief duiden van technische ontwikkelingen en van de rol van techniek in de samenleving.
5 Technisch talent waarderen bij zichzelf en bij anderen.
6 De verscheidenheid van toepassingen in de wereld van techniek verkennen.

3. Selectiecriteria

Bij het selecteren van eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor de basisvorming worden een aantal criteria gehanteerd. Via deze criteria worden een aantal garanties ingebouwd opdat het leren en onderwijzen van techniek voldoende persoonlijke en maatschappelijke betekenis heeft voor elke kleuter, elk lagere schoolkind of elke jongere in het secundair onderwijs.

  • De eindtermen en ontwikkelingsdoelen sluiten aan bij het ontwikkelingsniveau van de doelgroep.
  • De eindtermen en ontwikkelingsdoelen bieden voldoende mogelijkheden om didactisch te worden vertaald in toepassingen die betekenisvol zijn voor de doelgroep.
  • De eindtermen en ontwikkelingsdoelen zijn te leren en te onderwijzen binnen een schoolse context, maar wat geleerd wordt is zo veel mogelijk transferabel naar buitenschoolse situaties.
  • De eindtermen en ontwikkelingsdoelen geven kinderen en jongeren de mogelijkheid om hun talent voor techniek te demonstreren.
  • De eindtermen en ontwikkelingsdoelen veronderstellen een brede verkenning van verschillende toepassingsgebieden van techniek.
  • De eindtermen en ontwikkelingsdoelen houden rekening met actuele wetenschappelijk en technische ontwikkelingen.
  • De eindtermen en ontwikkelingsdoelen zijn maatschappelijk relevant.

4. Ordeningskader

Er werd gekozen voor een ordening van de eindtermen in drie rubrieken. Deze drie rubrieken verwijzen naar de drie dimensies van techniek leren zoals geformuleerd in het TOS21-project: begrijpen, hanteren en duiden.

Rubriek 1: Kerncomponenten van techniek: inzicht hebben in de essentie van techniek.
Rubriek 2: Techniek als menselijke activiteit: technische systemen gebruiken of realiseren.
Rubriek 3: Techniek en samenleving: duiden van de rol van techniek in de samenleving.

Deze drie rubrieken zijn te onderscheiden maar niet te scheiden in de praktijk van het leren en onderwijzen. Ze zijn wel dienstig bij het formuleren van eindtermen om zo de dekking van de verschillende dimensies van techniek te kunnen garanderen.

In de praktijk zullen doelen uit de drie rubrieken – en dus uit de dimensies begrijpen, hanteren en duiden - waar mogelijk in samenhang aan bod komen. Maar dit belet uiteraard niet dat elk ontwikkelingsdoel of elke eindterm ook op zich staat en specifiek daarop gerichte activiteiten in de praktijk mogelijk zijn.

In de drie rubrieken komen doelstellingen voor die gericht zijn op het verwerven van kennis, inzichten en vaardigheden. Attitudinale doelen worden in het kleuter- en lager onderwijs geformuleerd in rubriek 2 wanneer het bijvoorbeeld gaat over het ontwikkelen van een houding van veilig en zorgzaam werken. In het secundair onderwijs wordt enkel een attitude geformuleerd in rubriek 3 over het erkennen van het belang van technische beroepen en vaardigheden in onze samenleving.

5. Samenhang

5.1 Horizontale samenhang

5.1.1 Het domein techniek binnen het leergebied wereldoriëntatie in het curriculum van het basisonderwijs

Het leergebied wereldoriëntatie heeft binnen het basisonderwijs een eigen identiteit. In algemene termen gaat het om het volgende:

Met 'wereldoriëntatie' (wereldoriënterend onderwijs) verwerven kinderen kennis en inzicht in zichzelf, in hun omgeving en in hun relatie tot die omgeving, verwerven zij vaardigheden om in interactie te treden met die omgeving en worden zij gestimuleerd tot een positieve houding ten aanzien van zichzelf en hun omgeving.

Natuur, techniek, mens, maatschappij, tijd en ruimte zijn de zes domeinen of werkelijkheidsgebieden waarin de eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor het leergebied wereldoriëntatie werden onderverdeeld. Tijd en ruimte kan men beschouwen als werkelijkheidsgebieden waarbinnen kinderen kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes ontwikkelen, maar ook als dimensies van de werkelijkheid die de andere domeinen doorkruisen.

Deze uitgangspunten voor het leergebied wereldoriëntatie blijven gelden voor de geactualiseerde eindtermen techniek. Dit wil onder meer zeggen dat rekening werd gehouden met de eindtermen en ontwikkelingsdoelen die in andere domeinen zijn terug te vinden. Bijvoorbeeld: in het domein ‘maatschappij’ vindt men reeds eindtermen en ontwikkelingsdoelen over beroepen en de waardering van verschillende vormen van arbeid. Om die reden werden er hierover geen extra ontwikkelingsdoelen of eindtermen meer opgenomen binnen het domein ‘techniek’.

Kortom, eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor de verschillende domeinen en leergebieden in het basisonderwijs hebben elk hun specifieke bijdrage tot het geheel van het curriculum maar moeten steeds in samenhang worden gelezen. Waar mogelijk worden ze met elkaar verbonden om zo vorm te geven aan wereldoriënterend onderwijs.

In een door mensen geconstrueerde wereld kan men zich moeilijk een situatie voorstellen die niet in mindere of meerdere mate een technische dimensie bezit. Dit is ook de wereld waarin jonge kinderen opgroeien en waarop ze zowel mentaal als materieel greep willen krijgen. Kinderen stellen zich immers spontaan vragen over hoe iets werkt en hoe iets in elkaar zit. Ze willen ook zelf iets kunnen maken, oplossen, toepassen of verwerken. Het is dan ook een opdracht van de basisschool om jonge kinderen elementaire inzichten, vaardigheden en attitudes te laten ontwikkelen over de technische aspecten van hun leefomgeving.

Wat de basisschool echter niet mag doen, is systematisch technische basiskennis of technieken aanleren als voorbereiding op latere studie of beroepsbezigheden. Het is wel de taak van de basisschool om techniek als een volwaardige component in haar curriculum te integreren.

5.1.2 Techniek in het curriculum van de eerste graad secundair onderwijs (A- en B-stroom)

De component techniek biedt als vormingsgebied waar denken en handelen en reflecteren samenkomen, ruime mogelijkheden tot coördinatie met andere vakken en vakoverschrijdende thema’s, bijvoorbeeld het ontwikkelen van probleemoplossende vaardigheden, het zuinig en milieubewust leren omgaan met producten van techniek en het leren in acht nemen van veiligheidsvoorschriften.

Techniek levert de ideale context om sociale en metacognitieve vaardigheden te ontwikkelen. Techniek wordt niet door één persoon gemaakt: samenwerkingsstrategieën en communicatieve vaardigheden, enz. bepalen in grote mate de kwaliteit van een technisch systeem. Door reflectie, functioneel en adequaat werken, grondige analyse en stapsgewijze handelen komt men tot beter resultaat, in techniek en zeker ook in de andere vakgebieden.

Bovendien geeft ‘techniek leren’ het onderwijs werkelijkheidswaarde. De technische contexten kunnen in andere vakken aan bod komen. Omgekeerd zullen taal- en wiskundige vaardigheden, communicatieve vaardigheden en probleemoplossende vaardigheden in techniek hun concretisering vinden. De gesitueerdheid in tijd en ruimte van techniek als cultuurproduct biedt boeiende verbindingen met geschiedenis en aardrijkskunde. Bij ontwerpactiviteiten komen dan weer creatieve en muzische vaardigheden aan bod. In veel ondernemingen kunnen we het technisch proces terugvinden: van behoefte (commerciële afdeling) over ontwerpen (productontwikkeling) naar maakproces (productie en logistiek) tot gebruik door consumenten en brede evaluatie door gebruiker, producent en maatschappij. Techniek biedt dus ook heel wat mogelijkheden om ondernemend te leren.

Vooral in het eerste leerjaar B is er een unieke mogelijkheid om dit structureel in te bouwen. Een of meer vakken van de basisvorming kunnen worden samengenomen in Project Algemene Vakken. Techniek kan hier als context een meerwaarde leveren, vooral als er vertrokken wordt vanuit de leefwereld van de jongeren.

De funderende doelen bevatten ook bewust en expliciet een verwijzing naar duurzaamheidsaspecten. Zo ontstaat er een belangrijke samenhang tussen de eindtermen en ontwikkelingsdoelen techniek en de context 'duurzame ontwikkeling' uit de vakoverschrijdende eindtermen.

5.1.3 De relatie techniek – natuurwetenschappen

Techniek en natuurwetenschappen worden vaak samen genoemd. Tot aan de industriële revolutie ontwikkelden beide disciplines zich grotendeels naast elkaar.

Het belangrijkste verschil tussen beide disciplines situeert zich op het vlak van de doelstelling:

  • (natuur)wetenschap stelt zich tot doel zo betrouwbaar mogelijke kennis te verwerven of uit te breiden (zonder dat daarbij een toepassing wordt vooropgesteld);
  • techniek stelt zich tot doel om in te grijpen op de materiële werkelijkheid om hiermee, rekening houdend met diverse beperkingen, aan bepaalde noden en behoeften te voldoen.

Ingaan op een behoefte voortkomend uit de samenleving is geen zoektocht naar wetenschappelijke kennis. Het technisch proces dat daarbij hoort is zelfs geen toegepaste wetenschappen. Integendeel, in techniek worden vaak keuzes gemaakt en beslissingen genomen waarbij de wetenschappelijke kennis onvolledig is.

Vandaag stelt men vast dat beide disciplines zich meer en meer in wisselwerking met elkaar ontwikkelen. Techniek doet in belangrijke mate een beroep op wetenschappelijke inzichten voor het ontwikkelen van producten. Voorbeelden hiervan zijn legio: ontwikkeling van nieuwe antibiotica na de ontdekking van de werking van penicilline, de ontwikkeling van de elektronenmicroscoop na het inzicht dat elektronen zich gedragen als golven, het röntgenapparaat na ontdekking van de röntgenstralen enzovoort.

Anderzijds is de ontdekking van nieuwe (wetenschappelijke) kennis vaak afhankelijk van technische ontwikkelingen. Nieuwe kennis over celbiologie is in een stroomversnelling geraakt vanaf het ogenblik van de ontwikkeling van de licht- en daarna de elektronenmicroscopie. Bovendien is die wetenschappelijke kennis ook beïnvloed door de kenmerken en de beperkingen van de technische systemen waarmee waarnemingen uitgevoerd worden.

In sommige gevallen leiden technische toepassingen tot nieuwe wetenschappelijke inzichten. Zo heeft de ontwikkeling van de stoommachine nieuwe inzichten bijgebracht op het vlak van de thermodynamica.

Om de hierboven genoemde redenen bieden techniek en natuurwetenschappen kansen tot samenwerking. Gezien de eigen dynamiek van wetenschappen en van techniek zal de samenhang in het curriculum toch vooral via opportuniteiten gestalte moeten krijgen.

Technische systemen kunnen gebruikt worden als illustratie van wetenschappelijke begrippen, en wetenschappelijke kennis en inzichten kunnen gebruikt worden bij het onderzoeken, ontwerpen en maken van technische systemen.

In een curriculum techniek zullen leerlingen regelmatig kenniselementen moeten integreren uit verschillende ‘wetenschappen’, die in het onderwijs niet altijd gelijktijdig aangebracht kunnen worden. Het is niet omdat de leerlingen de wetenschappelijke kennis over bepaalde fenomenen nog niet kennen, dat ze niet vanuit het perspectief van techniek kunnen aan bod komen. Men moet niet over de volledige wetenschappelijke verklaring van een toepassing beschikken, om er als gebruiker mee te kunnen omgaan of zelfs om een toepassing zelf te kunnen realiseren. Toepassingen in het domein van de biochemie zijn in de eerste graad van het secundair onderwijs hiervan het voorbeeld bij uitstek, maar hetzelfde gaat uiteraard ook op voor andere toepassingsgebieden waar kleuters al mee te maken krijgen zonder daarbij een band met wetenschappen te kunnen leggen.

Binnen de eindtermen en ontwikkelingsdoelen techniek zijn begrippen als grondstoffen, materialen en energie essentieel. Deze begrippen komen eveneens aan bod in de eindtermen en ontwikkelingsdoelen natuurwetenschappen. Maar ook duurzaamheidsaspecten -vooral in verband met energie en grondstoffen- lopen in beide disciplines parallel.

Binnen de eindtermen en ontwikkelingsdoelen natuurwetenschappen wordt erg veel belang gehecht aan het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Ook binnen de eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor techniek is het onderzoeken prominent aanwezig. Er zijn hier zeker aspecten van horizontale samenhang en samenwerking mogelijk. Toch zijn er ook verschillen. Het uitvoeren van een wetenschappelijk onderzoek in de klas is nog geen techniek. Wanneer men een wetenschappelijk onderzoek uitvoert, dan ontbreekt de doelgerichtheid die eigen is aan techniek, met name het tegemoet komen aan een behoefte door in te grijpen in de materiële omgeving.

5.2 Verticale samenhang

5.2.1 Algemeen

De actualisering van de vormingscomponent techniek gebeurt nu voor het kleuter- en lager onderwijs en voor de A- en B-stroom in de eerste graad van het secundair onderwijs. De keuze om deze onderwijsniveaus samen en in één beweging te actualiseren is niet toevallig. Ze werken allen aan de basisvorming van de leerlingen, en dit als hoofddoel. Er wordt op dezelfde manier aan de component techniek gewerkt: evenwaardig met de andere componenten en liefst zoveel mogelijk geïntegreerd. Door de drie onderwijsniveaus samen te behandelen wordt het gemeenschappelijk karakter van de basisvorming nog versterkt.

De onderwijsniveaus zijn ook consecutief aan elkaar. De herziene eindtermen en ontwikkelingsdoelen weerspiegelen een coherente doorlopende lijn, van kleuteronderwijs tot eerste graad secundair onderwijs. De aansluitingen tussen de verschillende niveaus zijn op die manier beter gegarandeerd. De doorlopende lijn houdt rekening met de ijkpunten zoals het TOS21 project ze voorziet in de leerlijnen van de standaarden.

In het secundair onderwijs komt technologische opvoeding als vak na de eerste graad niet meer voor in het curriculum. Het is daarom erg belangrijk dat de inzichten, vaardigheden en attitudes die in de vormingscomponent techniek worden verworven voldoende mogelijkheden bieden om in de volgende graden voor alle leerlingen verder geoperationaliseerd en verruimd te worden.

In aso komt in de 2de en de 3de graad techniek niet meer als dusdanig aan bod. Er zijn hier enkel nog een beperkt aantal vakoverschrijdende eindtermen “technisch-technologische vorming”. Zij diepen in principe de technische geletterdheid verder uit. Hun statuut houdt echter slechts een inspanningsverplichting van de school in. Realisatie kan slechts via andere vakken, in projecten of in andere schoolactiviteiten.

In de fundamentele gedeeltes van de studierichtingen tso/kso/bso wordt de basis van technische geletterdheid verruimd tot specialistische technische vaardigheden en competenties in de onderscheiden sectoren en disciplines.

5.3 Enkele specifieke opties

Toepassingsgebieden

De eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor techniek veronderstellen dat op elk van de betrokken onderwijsniveaus aandacht zal geschonken worden aan een voldoende brede verkenning van de wereld van techniek. In elke rubriek is er dan ook een eindterm of ontwikkelingsdoel opgenomen die deze brede verkenning aangeeft. De wereld van techniek werd hierin opgedeeld in toepassingsgebieden of verkenningsgebieden (voor de B-stroom). Het zijn betekenisvolle gehelen zoals leerlingen die kunnen ervaren in hun leefwereld. Toepassingsgebieden en verkenningsgebieden mogen zeker niet gezien worden als traditionele cursorische initiaties in technische vakdisciplines.

In het basisonderwijs is er niet voor gekozen om de toepassingsgebieden uit de wereld van techniek expliciet te noemen in de ontwikkelingsdoelen of eindtermen. Men wil daarmee vooral vermijden dat de toepassingsgebieden een structurerend kader zouden zijn voor het werken aan techniek in het onderwijs. In het basisonderwijs is het van belang dat techniek ingebed blijft in de geïntegreerde benadering van het leergebied wereldoriëntatie. De omgeving zoals de leerling die rondom hem ervaart, en dus ook de techniek in die omgeving, zijn daarbij het uitgangspunt. Men gaat ervan uit dat dit uitgangspunt voldoende garanties inhoudt voor de brede verkenning van techniek. Ondanks het feit dat ze niet woordelijk opgesomd worden in de eindtermen ligt het wel voor de hand dat er ook in het basisonderwijs voldoende dekking moet zijn van de gebieden die in de eindtermen van de eerste graad secundair onderwijs voorkomen: energie, informatie en communicatie, constructie, transport en biochemie.

De eindtermen van de A-stroom nemen deze toepassingsgebieden nominaal op. Het is de bedoeling dat zeker al deze gebieden aan bod komen. Dat wil niet zeggen dat alle eindtermen in al deze gebieden moeten gerealiseerd worden. Om echter de basisgedachten achter technische geletterdheid recht te doen, moet de exploratie en de verkenning voldoende verscheiden en intensief zijn zowel voor begrijpen, als voor hanteren, als voor duiden. De wereld van techniek moet voor de leerlingen concreet gestalte krijgen in het ervaren van verschillen en gelijkenissen tussen de diverse toepassingsgebieden. Daarbij is het ook hier niet de bedoeling om de verschillende toepassingsgebieden als ordeningskader van een curriculum voor techniek te gebruiken.

De dimensie ‘techniek als menselijke activiteit’

Het technisch proces kan doorlopen worden in zijn volledigheid. Bij de realisatie van heel eenvoudige systemen kan het ontwerp- en maakproces immers sterk met elkaar verweven zijn. De verschillende deelprocessen van het technisch proces werden echter ook als aparte eindterm opgenomen. Aparte eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor onderzoeken, ontwerpen en gebruiken zorgen ervoor dat deze activiteiten, in hun specificiteit aan bod kunnen komen. Zo kunnen leerlingen ook hun talenten ontdekken. Wie goed is in onderzoeken, uitvoeren of testen is immers niet per definitie goed in ontwerpen of organiseren. Deze mate van specificiteit is duidelijk zichtbaar en steeds meer expliciet in de lijn van kleuter naar secundair onderwijs.

De dimensie ‘duiden’

Met rubriek 3 “Techniek en samenleving” komt de dimensie 'techniek duiden' aan bod. Dat betekent de werking, de ontwikkeling en het gebruik van technische systemen verbinden met een context buiten de techniek zelf zoals ethische, esthetische, economische, ecologische, sociale, historische, politieke, … context.

Het gaat in essentie om de wederzijdse beïnvloeding van techniek en samenleving. De maatschappij beïnvloedt de techniek en techniek kan de maatschappij ‘veranderen’. Niet alleen technici geven vorm aan systemen, allerlei maatschappelijke groepen beïnvloeden op verschillende manieren de ontwikkeling van techniek.

Vaak is dit zelfs een procesmatige ontwikkeling. Er ontstaat – al dan niet gefundeerd – een bepaalde behoefte. Technische systemen worden ontworpen en gemaakt om daaraan tegemoet te komen. De maatschappelijke gevolgen hiervan kunnen de samenleving nopen tot bijsturing of regulering. De eindtermen en ontwikkelingsdoelen beperken het duiden tot deze grote lijnen. De eerste drie eindtermen van de A-stroom geven dit het sterkst weer. In de B-stroom beschrijven ze dezelfde analyse. In de eindtermen van het lager onderwijs wordt dit beperkt tot twee eindtermen. Daarbij gaat het meer om een generieke, principiële benadering eerder dan een analytische. De aanzet die in het kleuteronderwijs hieromtrent gegeven wordt beperkt tot het leren inschatten van effecten.

Talent voor techniek

Het ontdekken van talenten is een belangrijke, zelfs een funderende doelstelling van het leerplichtonderwijs. Daarom moeten kinderen en jongeren op school de kans krijgen om hun talenten, in dit geval voor techniek, te ontdekken en vooral te ontwikkelen en te tonen. Bij het formuleren en selecteren van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen werd er rekening mee gehouden dat bij het begrijpen, hanteren en duiden van techniek verschillende soorten talenten nodig zijn. De ene leerling kan bijvoorbeeld sterk zijn in het creatief ontwerpen, een andere kan vaardiger zijn in het nauwkeurig meten, passen en manipuleren van machines. Het is maar door ervaring op te doen met de verschillende facetten van techniek, dat leerlingen hun voorkeuren en sterke punten kunnen ontdekken. In de eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor techniek worden al deze verschillende talenten aangesproken. Deze talenten kunnen zowel bij jongens als bij meisjes aanwezig zijn.

Het is van belang dat leerlingen een juist beeld ontwikkelen van de actuele wereld van techniek. Het is immers een wereld die ontzettend snel evolueert en waarin zeer verschillende bekwaamheden gevraagd worden. In de eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor het secundair onderwijs wordt daarom expliciet de link gelegd tussen wat op school wordt geleerd en latere beroepen of professionele omgevingen waarin techniek prominent aanwezig is. De geactualiseerde eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor techniek willen op die manier bijdragen aan het doorbreken van stereotiepe beelden omtrent technische beroepen.

Onderzoekend leren

Eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor techniek zijn onderwijskundige doelstellingen. Dit wil zeggen dat ze in beeld brengen wat geleerd wordt over techniek. Techniek leren vertrekt ook op school vanuit het omgaan met die techniek: bijvoorbeeld door te onderzoeken hoe technische systemen werken, door te onderzoeken waaraan een technisch systeem moet voldoen, door een voorwerp te manipuleren om te zien of het werkt, enz.

Voor de kleuters is het belangrijk dat zij de durf ontwikkelen om met techniek te experimenteren. Gaandeweg zullen in het lager- en secundair onderwijs de ontwerp- en onderzoeksvaardigheden aan belang winnen. Maar techniek leren zal op elke leeftijd gebeuren aan de hand van concrete ervaringen die betekenisvol zijn voor de betrokken leerlingen. Die ervaringen kunnen ook buiten de school opgedaan worden, bijvoorbeeld naar aanleiding van een bedrijfsbezoek. Dat werkt motiverend en uitdagend. Leerlingen zien de band tussen wat ze op school leren en daarbuiten. In de formulering van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen werd daarom, waar mogelijk, aangegeven dat de leerlingen hun inzichten en vaardigheden moeten kunnen tonen aan de hand van concrete voorbeelden.

Taal voor techniek

Inzicht verwerven in techniek houdt in dat kinderen en jongeren mentaal greep krijgen op hun ervaringen in dat domein. Hun ideeën leren ze uitdrukken op verschillende manieren, maar zeker ook in taal. Het is dus van belang dat ze voldoende heldere begrippen ontwikkelen om over techniek te communiceren.

De eindtermen en ontwikkelingsdoelen proberen nochtans een al te sterke nadruk op mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid te vermijden. Werkwoorden zoals “aangeven”, “illustreren” en omschrijvingen zoals “modellen gebruiken” illustreren dit.

In de eindtermen en ontwikkelingsdoelen is geprobeerd om over de leeftijdsgroepen heen consequent eenzelfde terminologie te hanteren. De basisbegrippen zijn voor alle eindtermen en ontwikkelingsdoelen dezelfde, en dus ook van toepassing voor alle onderwijsniveaus. De meeste begrippen zijn generiek (bijvoorbeeld de term technisch systeem), maar krijgen in de verschillende toepassinggebieden een specifieke invulling. Zo is een technisch systeem binnen het toepassingsgebied ‘constructies’ bijvoorbeeld een brug of een gebouw, binnen het gebied ‘informatie en communicatie’ bijvoorbeeld een telefoon of een PC en binnen het gebied ‘biochemie’ bijvoorbeeld een bereiding.

[1] Voor het onderscheid tussen "technologie" en "techniek" wordt verwezen naar 1.1.

[2] Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs, Technologische opvoeding in het basis- en het secundair onderwijs. Brussel, 2000 (interne nota).

[3] Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement onderwijs, Onderwijsspiegel. Verslag over de toestand van het onderwijs, schooljaar 1999-2000. Brussel, 2000, p. 69-72.

[4] www.tos21.be

[5] zie ook: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs, Dienst voor Onderwijsontwikkeling, Techniek voor iedereen. Brussel, 1998, 55 p.

[6] Technische geletterdheid voor iedereen, Project T0S21. Eindrapport. Brussel, augustus 2008, p. 27.

[7] Technische geletterdheid voor iedereen, Project T0S21. Eindrapport. Brussel, augustus 2008, p. 28.

Basisvorming

Eerste leerjaar A-B

In het eerste leerjaar A en in het eerste leerjaar B van de eerste graad van het secundair onderwijs onderscheidt men telkens basisvorming en een keuzegedeelte.

Tweede leerjaar A

In het tweede leerjaar A van de eerste graad van het secundair onderwijs onderscheidt men naast de basisvorming de basisopties (en soms nog een keuzegedeelte).

Beroepsvoorbereidend leerjaar

In het beroepsvoorbereidend leerjaar van de eerste graad van het secundair onderwijs onderscheidt men naast de basisvorming de beroepenvelden (en soms nog een keuzegedeelte).

De overheid formuleert geen eindtermen of ontwikkelingsdoelen voor het keuzegedeelte, de basisopties en de beroepenvelden van de eerste graad secundair onderwijs en voor het complementaire gedeelte van de tweede en derde graad.

Besluit Vlaamse regering

De eindtermen werden vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs van 20.06.1996 en in de codex secundair onderwijs.