Mens en maatschappij kleuteronderwijs

Ontwikkelingsdoelen

 

 1. Mens

 

Ik en mezelf

  De kleuters
1.1 kunnen bij zichzelf onderkennen wanneer zij bang, blij, boos of verdrietig zijn en kunnen dit op een eenvoudige wijze uitdrukken.
1.2 kunnen in een eenvoudige taal een recent gebeurde situatie waarbij zij betrokken waren in dialoog met een volwassene, beschrijven en vertellen hoe zij zich daarbij voelden.
1.3 tonen in concrete situaties voldoende zelfvertrouwen in eigen mogelijkheden.
 

Ik en de ander

  De kleuters
1.4 kunnen in concrete situaties verschillende manieren van omgaan met elkaar herkennen en erover praten.
1.5 kunnen bij anderen gevoelens van bang, blij, boos en verdrietig zijn herkennen en kunnen meeleven in dit gevoel.
1.6 weten dat mensen eenzelfde situatie op een verschillende wijze kunnen ervaren en er verschillend kunnen op reageren.
1.7 kunnen een gevoeligheid tonen voor de behoeften van anderen.
1.8 kunnen voor zichzelf opkomen door signalen te geven die voor anderen begrijpelijk en aanvaardbaar zijn.
 

Ik en de anderen: in groep

  De kleuters
1.9 kennen en begrijpen omgangsvormen, leefregels en afspraken die van belang zijn voor het samenleven in een groep.
1.10 kunnen in concrete situaties met de hulp van een volwassene afspraken maken.
1.11 kunnen bij een activiteit of een spel in een kleine groep, controleren of de anderen zich aan de regels houden.
 

2. Maatschappij

 

Sociaal-economische verschijnselen

  De kleuters
2.1 kunnen beroepen en bezigheden van volwassenen die ze kennen op een eenvoudige wijze beschrijven.
2.2 kunnen in een concrete situatie het onderscheid maken tussen geven, krijgen, ruilen, lenen, kopen en verkopen.
 

Sociaal-culturele verschijnselen

  De kleuters
2.3 kunnen verschillende gezinsvormen herkennen.
2.4 herkennen vormen van afwijzend of waarderend reageren op het anders-zijn van mensen.
2.5 beseffen dat sommige mensen een andere levenswijze hebben dan zijzelf, als ze geconfronteerd worden met beelden, informatie of mensen uit een andere cultuur.
 

Politieke en juridische verschijnselen

  De kleuters
2.6 kunnen met concrete voorbeelden illustreren dat mensen die samenleven, zich organiseren via regels waaraan iedereen zich moet houden.
2.7 weten dat er mensen zijn die waken over het naleven van regels in elke samenleving.
2.8 kunnen een onderscheid maken tussen geweldloze en gewelddadige oplossingen voor conflicten.
 

3. Tijd

 

De kleuters

3.1 - begrijpen dat "gisteren" voorbij is en dat "morgen" nog moet komen
-
kunnen de begrippen vandaag, dag, nacht in hun juiste betekenis gebruiken
3.2 kunnen een beperkt aantal vaste gebeurtenissen in het verloop van hun dag in een juiste volgorde aangeven.
3.3 tonen tijdsbesef aan de hand van het functioneel gebruik van verschillende soorten kalenders.
3.4 kunnen een eenvoudig visueel voorgesteld plan zelfstandig uitvoeren.
3.5 kunnen terugblikken op minstens twee voorbije activiteiten door deze in de juiste volgorde te rangschikken en te verwoorden.
3.6 kunnen in de tijd vooruitzien door minstens twee activiteiten na elkaar te plannen
 

4. Ruimte

 

Ruimtelijke oriëntatie

  De kleuters
4.1 kunnen een menselijke figuur tekenen met de belangrijkste lichaamsdelen (het hoofd, de romp, de benen, de armen, de oren, de ogen, de neus en de mond) op de juiste plaats.
4.2 kunnen inschatten hoeveel ruimte hun eigen lichaam inneemt.
4.3 vinden zelfstandig hun weg in een vertrouwde omgeving.
4.4 kunnen aan een bekende volwassene hun naam en de gemeente waar ze wonen zeggen.
4.5 kennen de betekenis van volgende pictorgrammen:
- de pijl
- de uitgang
- het toilet
4.6 kunnen voorstellingen van vertrouwde plaatsen en voorwerpen herkennen.
 

Ruimtebeleving

  De kleuters
4.7 kunnen een ruimte inrichten in functie van hun spel.
4.8 kunnen, mits aanwijzingen, orde brengen in een beperkte ruimte.
 

Ruimtelijke ordening

  De kleuters
4.9 kunnen verschillen in landschappen en omgevingen, door mensen ingericht, verwoorden.
 

Verkeer - mobiliteit

  De kleuters
4.10 herkennen in hun omgeving plaatsen waar ze veilig kunnen spelen en waar niet.
4.11 beseffen dat het verkeer risico's inhoudt.
4.12 kunnen onder begeleiding elementaire verkeersregels toepassen.

 

Uitgangspunten

Vanaf 1 september 2015 werd het leergebied ‘Wereldoriëntatie’ opgesplitst in twee nieuwe leergebieden: ‘Wetenschappen en techniek’ en ‘Mens en maatschappij’. De bestaande ontwikkelingsdoelen ‘Wereldoriëntatie’ werden daardoor verdeeld over deze twee nieuwe leergebieden. Inhoudelijk verandert er dus niets, waardoor de leerplannen behouden kunnen blijven. Hieronder vind je de uitgangspunten voor het leergebied ‘Mens en maatschappij’.

Met een grenzeloze interesse beweegt de kleuter zich in zijn wereld. Steeds meer maken zijn motoriek en taal het hem mogelijk om op ontdekking te gaan. Met een grote openheid 'beleeft' hij. Weinig dingen zijn echt ongewoon voor hem, off het nu om een computer gaat of Arabische muziek. Het is voor hem een kwestie van verkennen en leren kennen.

Ouders gaan spontaan in op vragen die kinderen stellen en sluiten op die manier aan bij een natuurlijke exploratiedrang. Het is belangrijk dat die exploratiedrang een verlengstuk krijgt op school. Dat kan door ook op school in te spelen op de natuurlijke situaties waarin kleuters terechtkomen. Het is aan de leerkracht om hen te helpen dergelijke situaties te begrijpen en hen te leren ermee om te gaan. Stap voor stap.

De kleuter weet op het einde van het kleuteronderwijs bijvoorbeeld heel goed dat gisteren voorbij is en morgen nog moet komen. Hij kan zelf al vooraf kiezen - noem het plannen - wat hij wil spelen. Of hij kan achteraf nog vertellen wat er allemaal is voorgevallen. Kortom, dit jonge kind krijgt stilaan greep op zijn ervaring van de tijd. Heel wat dingen gebeuren niet meer zomaar. Hij kan een en ander begrijpen en zelfs voorspellen (na de donkere nacht wordt het weer licht en is het dag) of hij kan plannen.

Dit voorbeeld toont aan hoe de kleuter gaandeweg, door een ontluikend tijdsbesef, op een andere manier in de wereld staat. Wie de dingen beter en beter 'begrijpt', kan er ook meer op 'ingrijpen'. Hij wordt competenter.

Het leergebied ‘Mens en maatschappij’ in de kleuterschool betekent dat we kinderen helpen competenties te ontwikkelen om zich in de situaties waarin ze terechtkomen rond thema’s over ‘Mens en maatschappij’ goed te voelen en zich goed uit de slag te trekken. Het komt erop aan in de klas een voldoende ruime waaier van situaties aan te grijpen of te creëren, zodat er echt sprake is van een brede ontwikkeling.

Op school kunnen we een aantal situaties scheppen of aansluiten bij de ervaringen die kleuters spontaan opdoen, zowel binnen als buiten de school. Kinderen maken kennis met verschillende maatschappelijke verschijnselen (sommige mama's en papa's zijn gescheiden) of ze doen ervaringen op met mensen rondom hen (de ene juf kan meer lawaai verdragen dan de andere juf), ze kunnen zich steeds meer zelfstandig bewegen in hun omgeving (ik kan alleen mijn weg vinden in de school).

De aanknopingspunten om met kleuters rond ‘Mens en maatschappij’ te werken liggen als het ware voor het grijpen. Het is belangrijk dat kleuters zelf, vanuit een explorerende en onderzoekende houding, kansen krijgen om competenter te worden in de wereld van de maatschappij, mens, tijd en ruimte.

 

Wat zijn eindtermen?

Eindtermen zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid als noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie.

Voor het lager onderwijs zijn er enkel eindtermen voor het einde van de basisschool.

Wat zijn ontwikkelingsdoelen?

Ontwikkelingsdoelen zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid wenselijk acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie.

In het kleuteronderwijs zijn er enkel ontwikkelingsdoelen voor het einde van de kleuterschool.

Besluit Vlaamse regering

De ontwikkelingsdoelen werden vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs van 27.05.1997 en in het decreet basisonderwijs.