Leren leren lager onderwijs

Eindtermen

1. De leerlingen kunnen losse gegevens verwerven en gebruiken door ze betekenis te geven en te memoriseren.
2. De leerlingen kunnen op systematische wijze verschillende informatiebronnen op hun niveau zelfstandig gebruiken.
3. De leerlingen kunnen op systematische wijze samenhangende informatie (ook andere dan teksten) verwerven en gebruiken.
4. De leerlingen kunnen eenvoudige problemen op systematische en inzichtelijke wijze oplossen.
5. De leerlingen kunnen, eventueel onder begeleiding:
 
  • hun lessen, taken en opdrachten plannen en organiseren
  • hun eigen leerproces controleren en bijsturen
6. Houdingen en overtuigingen
  De leerlingen kunnen op hun niveau leren met:
 
  • nauwkeurigheid
  • efficiëntie
  • wil tot zelfstandigheid
  • voldoende zelfvertrouwen
  • voldoende weerbaarheid
  • houding van openheid
  • kritische zin

 

Uitgangspunten

1. Kerngedachten

Vorming is meer dan kennis, inzichten en vaardigheden bijbrengen. Via de eindtermen "leren leren" moeten de kinderen meer zelfstandig nieuwe kennis en vaardigheden kunnen verwerven en in staat zijn problemen op te lossen. Daar hangen twee doelen aan vast: ondersteuning van het schoolse leren enerzijds en effectief kunnen leren in om het even welke leersituatie anderzijds.

De kinderen moeten met andere woorden betere leerders en probleemoplossers worden en dat in allerlei wisselende contexten. Leren is immers een levenslang ontwikkelingsproces, waarbij ook iemands opvattingen over leren mee evolueren. Manieren van aanpakken, oplossingsstrategieën en attitudes ontwikkelen, daar gaat het om.

Deze visie op "leren leren" steunt op de overtuiging dat leren een actief en constructief proces is. Leerinhouden en leerervaringen worden gezien als ruwe materie, die de lerende moet bewerken, verwerken en opnieuw opbouwen. Dit veronderstelt actieve inspanningen om te analyseren, concretiseren, verbanden leggen, interpreteren, synthetiseren, abstraheren, evalueren, integreren en transfereren. Een principe dat geldt voor alle leren.

De eindtermen “leren leren” worden los van enige context geformuleerd. Daarmee valt de klemtoon op het feit dat veel aspecten van "leren leren" hun toepassing vinden in uiteenlopende situaties. Ook is het een stimulans voor de school om deze leergebiedoverschrijdende eindtermen in verschillende leercontexten, gevarieerde leersituaties en met leerinhouden uit verschillende leergebieden aan te leren en te oefenen. Zo wordt ook het transferkarakter ervan voor kinderen zichtbaar en geleidelijk aan duidelijk (‘Hé! Deze methode kan ik nog voor wat anders gebruiken.’). Bovendien biedt het de leerkracht de mogelijkheid om te vertrekken vanuit de ervaringen van de kinderen zelf.

2. Domeinen

De vaardigheden en attitudes die de kinderen zich eigen moeten maken, werden voor leren leren niet ingedeeld in specifieke domeinen. Ze werden gegroepeerd naargelang ze betrekking hebben op de fase van de uitvoering, op het reguleren van de eigen denk- en leerprocessen en op leerhoudingen.

Eindtermen voor de uitvoering zijn gericht op het leren van losse gegevens (het verwerken en verwerven van losstaande feiten, symbolen, ...) en op het gebruik van verschillende soorten informatiebronnen (ook andere dan schriftelijke). Het verwerven en verwerken van samenhangende informatie (informatie verkennen, analyseren, verbanden leggen, structureren, verwerken, memoriseren en gebruiken) valt eveneens binnen dit domein en dat geldt ook voor probleemoplossing.

Problemen zijn situaties waarin men een doel probeert te bereiken, maar waarvoor men geen routineoplossingen ter beschikking heeft. Het is belangrijk dat kinderen problemen op een systematische manier leren oplossen. Dit houdt onder meer in dat ze het probleem onderkennen en analyseren, dat ze mogelijke oplossingen zoeken en tegen elkaar afwegen, dat ze de gekozen oplossing uitvoeren en dat ze het product en het proces controleren.

Effectief en goed leren bestaat er ook in dat de kinderen hun eigen leer- en denkprocessen plannen, bewaken, controleren en bijsturen (reguleren). Dit betekent dat ze hun activiteiten goed plannen en organiseren, dat ze erop toezien dat ze hun planning respecteren, dat ze nagaan (eventueel onder begeleiding) of het resultaat bereikt wordt en dat ze hun leerproces zo nodig bijsturen.

Het leergedrag van kinderen wordt ook sterk beïnvloed door dynamisch-affectieve componenten. Houdingen zoals durf, uithouding en inzet zijn belangrijk als men tot goed leren en de daarbij horende resultaten wil komen. Sommige problemen van affectieve aard (angst, stress, ...) kunnen remmend werken op het leerproces.

 

Wat zijn eindtermen?

Eindtermen zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid als noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie.

Voor het lager onderwijs zijn er enkel eindtermen voor het einde van de basisschool.

Wat zijn ontwikkelingsdoelen?

Ontwikkelingsdoelen zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid wenselijk acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie.

In het kleuteronderwijs zijn er enkel ontwikkelingsdoelen voor het einde van de kleuterschool.

Besluit Vlaamse regering

De ontwikkelingsdoelen werden vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs van 27.05.1997 en in het decreet basisonderwijs.