Buitengewoon lager onderwijs type 8 - Muzische vorming

Eindtermen

 

1. Muzische vorming - Beeld

  De leerlingen kunnen
1.1* door middel van kunst- en beeldbeschouwing een persoonlijk waardeoordeel ontwikkelen over beelden en beeldende kunst van vroeger, van nu en van verschillende culturen.
1.2 door betasten en voelen (tactiel), door kijken en zien (visueel) impressies opdoen, verwerken en erover praten.
1.3 beeldinformatie herkennen, begrijpen, interpreteren en er kritisch tegenover staan.
1.4* plezier en voldoening vinden in het beeldend vormgeven en genieten van wat beeldend is vormgegeven.
1.5 beeldende problemen oplossen, technieken toepassen en gereedschappen en materialen hanteren om beeldend vorm te geven op een manier die hen voldoet.
1.6 tactiele, visuele impressies, ervaringen, gevoelens en fantasieën op een beeldende manier weergeven.
 

2. Muzische vorming - Muziek

  De leerlingen kunnen
2.1 muziek beluisteren en ervaren, muzikale impressies opdoen uit de geluidsomgeving met aandacht voor enkele kenmerken van de muziek:
 
  • klankeigenschap
  • functie/gebruikssituatie.
2.2 improviseren en experimenteren, klankbronnen en muziekinstrumenten uittesten op hun klankwaarde en in een muzikaal (samen)spel daarvan gebruik maken.
2.3* openstaan voor hedendaagse muziek, muziek uit andere tijden, andere landen en culturen.
2.4* genieten van zingen en musiceren en dit gebruiken als impuls voor nieuwe muzikale spelideeën of andere aanverwante expressiewijzen.
2.5 vanuit het eigen muzikaal aanvoelen praten over het zingen en het musiceren.
 

3. Muzische vorming - Drama

  De leerlingen kunnen
3.1* genieten van een gevarieerd aanbod van voor hen bestemde culturele activiteiten.
3.2 spelvormen waarnemen en inzien dat de juiste verhouding tussen woord en beweging de expressie kan vergroten.
3.3 geconcentreerd luisteren naar een gesproken tekst (verteld of voorgelezen) en die mondeling, schriftelijk, beeldend of dramatisch weergeven.
3.4 spelvormen in een sociale en maatschappelijke context hanteren.
3.5 ervaringen, gevoelens, ideeën, fantasieën uiten in spel.
3.6 een aan de speelsituatie aangepaste en aangename spreektechniek ontwikkelen (articulatie, adembeheersing, tempo, toonhoogte) en verschillende verbale en non-verbale spelvormen improviseren.
3.7* genieten van, praten over en kritisch staan tegenover het eigen spel en dat van anderen, de keuze van spelvormen, onderwerpen, de beleving.
 

4. Muzische vorming - Beweging

  De leerlingen kunnen
4.1* genieten van lichaamstaal, beweging en dans.
4.2 een eenvoudig bewegingsverhaal opbouwen met als vertrekpunt iets wat gehoord, gezien, gelezen, gevoeld of meegemaakt wordt.
4.3 samenwerken met anderen:
 
  • om een eenvoudig dansverloop op te bouwen
  • om al improviserend te reageren op elkaars beweging.
4.4 bewegen op een creatieve manier en daarbij één of meerdere basiselementen van de beweging bespelen:
 
  • tijd;
  • kracht
  • ruimte
  • lichaamsmogelijkheden
4.5 nieuwe dansen ontwerpen met eenvoudige passen en figuren.
4.6 het inoefenen, de voorbereiding, het aanwenden van de lichaamstaal en het uitvoeren (vertoning), door henzelf en anderen, kritisch bespreken.
 

5. Muzische vorming - Media

  De leerlingen kunnen
5.1 beeldsignalen waarnemen zodat men opvallend goede en minder geslaagde dingen kan doorzoeken en herkennen.
5.2 ervaren dat een visueel beeld al dan niet vergezeld van een nieuw geluid steeds een nieuwe werkelijkheid kan oproepen.
5.3 soorten van eenvoudige hedendaagse audiovisuele opnamen en weergavetoestellen (informatiedragers) aanwijzen, benoemen en ze creatief bedienen.
5.4 een eigen audiovisuele taal gebruiken en het massale audiovisuele aanbod een relativerende plaats toekennen.
5.5 eenvoudige, audiovisuele informatie uit de eigen belevingswereld herkennen, onderzoeken en vergelijken.
 

6. Muzische vorming - Attitudes

  De leerlingen kunnen
6.1* blijvend nieuwe dingen uit hun omgeving ontdekken.
6.2* zonder vooroordelen naar kunst kijken en luisteren.
6.3* genieten van het muzisch handelen waardoor hun expressiemogelijkheden verruimen.
6.4* vertrouwen op hun eigen expressiemogelijkheden en durven hun creatieve uitingen tonen.
6.5* respect betonen voor uitingen van leeftijdgenoten, behorend tot eigen en andere culturen.

* De attitudes werden met een asterisk (*) in de kantlijn aangeduid.

Uitgangspunten

Muzisch zijn vraagt geen specialisatie. Kinderen kunnen door hun eigen beleving, hun nieuwsgierigheid en hun fantasie de componenten van de muzische vorming ontdekken en ze overdragen op andere toepassingsgebieden. In samenhang met de vormingscomponenten van de andere leergebieden kunnen kinderen met plezier en drang naar authenticiteit "het kunstzinnige" wijzigen, aanvaarden, verwerpen, plannen, combineren, waarderen en integreren. Zo kunnen de leerlingen in het lager onderwijs:

  • speels omgaan met audiovisuele taal, beeldtaal, klanktaal, lichaamstaal en woordtaal, en deze 'talen' spontaan gebruiken in andere leergebieden;
  • nieuwe indrukken opdoen (exploreren);
  • deze indrukken meer bewust en met aandacht in zich opnemen (waarnemen);
  • de opgenomen gegevens nadenkend en navoelend uitdiepen (reflecteren);
  • ervaringen met nieuwe indrukken combineren en omvormen (verbeelden);
  • vanuit hun betrokkenheid met het kunstzinnige hun indrukken en fantasie verwezenlijken, vertolken (vormgeven);
  • de vormgevingsmogelijkheden en beperkingen van materialen en beelden, instrumenten en klanken, bewegingen en lichaamstaal, woorden en stem onderzoekend verwerken (experimenteren);
  • het verwerven van bepaalde vaardigheden nastreven (kwalificeren);
  • nagaan of door het gebruik van bepaalde technieken een idee zich laat verwerken tot een uitdrukkingsvorm (oriënteren);
  • hun bevindingen vergelijken met het werk van anderen, kijken en luisteren naar het werk van vormgevers en kunstenaars en van daaruit hun voorkeur laten blijken voor bepaalde middelen en technieken in hun eigen muzisch handelen (evalueren);
  • zonder vooroordelen kijken en luisteren naar kunst (genieten).

1. Kerngedachten

Kinderen zoeken naar tekens om hun relatie tot de werkelijkheid te verduidelijken: ze bepalen een code met stippen, vlekken, krabbels, schreeuwen, Spontaan zullen zij hun voorkeur laten blijken voor bepaalde tekens. De speelse uitdrukking met eigen tekens vinden we terug in de beeld-, klank-, lichaams-, woord-, kunst- en mediataal.

Kinderen communiceren met tekens, gebaren, bewegingen, kleuren, vormen, klanken en geluiden die door henzelf of anderen zijn bedacht om impressies te vertalen, te herkennen en te begrijpen. Muzisch zijn, als middel om te communiceren en zich uit te drukken, evolueert samen met het denken van de kinderen. Door snelle veranderingen in hun denken zullen hun mededelingen duidelijker worden, hun manier van uitdrukken rijker en hun nauwkeurigheid groter.

Muzische vorming reikt kinderen mogelijkheden aan om hun leefwereld te begrijpen. Ze maakt kinderen bewust van hun eigen bekwaamheden. Ze geeft hen vreugde en plezier in zelfexpressie en verruimt hun vaardigheden. Hierbij worden waarden afgetast, verbeelding en creativiteit gekoesterd, technische inzichten verworven. Deze waarden zullen ze zelf vanuit hun persoonlijke, kritische betrokkenheid evalueren. Zo ontwikkelen ze een esthetische dimensie. Via muzisch handelen ontwikkelen zij met andere woorden een kritische houding en een persoonlijke smaak.

De inzichten die kinderen krijgen in menselijke, sociale en culturele relaties evolueren samen met hun muzisch zijn. Gesensibiliseerd door dit muzisch handelen beseffen ze hun verantwoordelijkheid tegenover hun omgeving. Zij kunnen bewust hun voorkeur bepalen, verwoorden en verduidelijken. Als zij vertrouwd raken met het muzisch handelen van zichzelf maar ook van leeftijdgenoten, dan betekent dit meteen een stimulans om zich spontaan in te leven in cultuur en in de wereld van de kunst, de vormgevers en de kunstenaars. Door ervaringen met de beeld- en de klanktaal kunnen zij alert omgaan met de media. Zij weten dat de maatschappij beeld en klank gebruikt voor allerlei zaken, zeker niet alleen voor cultuur en kunst.

Muzische Vorming speelt dus een belangrijke rol in het ontwikkelingsproces van alle kinderen, niet enkel op het gebied van kennis en vaardigheden, maar ook op het vlak van de attitudes. Groeien in muzisch zijn is een doorlopend proces. Net zoals jonge kinderen een steeds ruimere bewustwording ontwikkelen van hun omgeving (mens, dier, zaak, kunst en media), evolueren zij ook op muzisch gebied.

Kortom, door muzisch handelen in het onderwijs kansen te geven, verwerven de kinderen niet enkel elementaire kennis, inzichten en vaardigheden, maar vooral attitudes om het kunstzinnige in de wereld in het algemeen en inzake zelfexpressie in het bijzonder te bekijken, beluisteren, interpreteren, ontwerpen en maken.

2. Domeinen

Ondanks het principe van de ondeelbaarheid van het muzische, als een geheel vervat in het groei- en leerproces, zijn de eindtermen ingedeeld in afzonderlijke domeinen.

Beeld

De kinderen realiseren de kansen om met de beeldtaal nieuwe beelden te verzinnen, te maken en te vormen. Zij interpreteren en evalueren deze nieuwe beelden. Zo verwerven ze inzicht in een breed scala van beeldende processen, materialen en technieken en zijn ze in staat die te toetsen aan kunst, het werk van vormgevers en kunstenaars.

Het onderwijs in het domein "beeld" duidt hier met andere woorden op de beeldende signalen in hun omgeving in het algemeen en in de kunstzinnige wereld in het bijzonder.

Muziek

De kinderen realiseren hun kansen om muzikaal actief deel te nemen aan het maken, het beluisteren, het reageren op en het zelf samenstellen van klanken en geluiden. Zo kunnen ze hun bekwaamheden muzikaal verwezenlijken. Met plezier experimenteren zij met klank en geluid. Ze schrikken niet terug voor het verwerven van de nodige vaardigheden. Ze toetsen hun uitingen aan de reële wereld van de muziek: ze beluisteren opnames, volgen een concert, voeren een gesprek met een muzikant, leren instrumenten kennen, enz.

Het onderwijs in het domein "muziek" onderzoekt met andere woorden het muzikale in de wereld in het algemeen en de muzikale beleving in het bijzonder.

Drama

De kinderen realiseren hun kansen om vanuit een natuurlijk proces en evolutie door de woordtaal ideeën en gevoelens over te brengen met de expressie van de stem, het gebaar en de bewegingen in reële of verzonnen situaties. Daardoor onderzoeken zij vaardigheden en technieken om de ideeën en gevoelens maximaal te uiten. Zij toetsen hun uitingen aan de reële wereld van drama, toneel, voordracht, film, poppentheater.

Het onderwijs in het domein "drama" legt hier met andere woorden accenten op de wereld van de podiumkunsten in het algemeen en de dramatische spelvormen in het bijzonder.

Beweging

De kinderen passen met inzicht de expressieve waarde van dans en beweging toe met hun eigen lichaamstaal en vergelijken haar met de reële wereld van beweging, dans en ballet.

Het onderwijs in het domein "beweging" opent hier met andere woorden de weg naar de wereld van dans en van de lichaamstaal in het algemeen en van beheerst bewegen in het bijzonder.

Media

De kinderen krijgen de kans om audiovisuele boodschappen en signalen te selecteren, te onderscheiden en te overwegen. Zij begrijpen en interpreteren de communicatiemiddelen en hun samenstellingen van beeld en geluid. Zij realiseren de mogelijkheden om zelf met fototoestel, videocamera, microfoon, cassetterecorder, enz. te communiceren en te reflecteren over de opname.

Het onderwijs in het domein "media" verwijst hier met andere woorden naar de audiovisuele boodschappen in hun omgeving in het algemeen en naar de mediawereld in het bijzonder.