Buitengewoon lager onderwijs type 7 - Lichamelijke opvoeding

 

1. Lichamelijke opvoeding - Motorische competenties

 

Zelfredzaamheid in kindgerichte bewegingssituaties

 

Lichaams- en bewegingsbeheersing

  De leerlingen
1.1 kunnen de motorische basisbewegingen op een voldoend flexibele en verfijnde wijze aanwenden in gevarieerde en complexe bewegingssituaties.
 

Verantwoord en veilig bewegen

  De leerlingen
1.2 kunnen veiligheidsafspraken naleven.
1.3 kennen de gevaren en risico's van bewegingssituaties en kunnen deze inschatten en signaleren.
 

Voorkeurlichaamszijde, lichaamsopbouw, lichaamsbesef

  De leerlingen
1.4 kennen hun voorkeurhand en -voet en kunnen deze ook efficiënt gebruiken.
1.5 kennen en gebruiken hun voorkeurzijde om te wenden en te draaien rond de lengteas.
1.6* tonen in het bewegen een intuïtief, maar ook een bewust kennen, aanvoelen, omgaan en rekening houden met de eigen lichaamskenmerken, -mogelijkheden en -beperkingen.
 

Rustervaringen

  De leerlingen
1.7 hebben in rust controle over ademhaling en spieren.
1.8* zijn bereid om een sfeer van rust te creëren.
 

Groot-motorische vaardigheden en acties in gevarieerde situaties

 

Variante vormen van basisbewegingen, al dan niet gebruik makend van toestellen

  De leerlingen
1.9 kunnen balanceren op de grond en over diverse soorten toestellen.
1.10 kunnen in omgekeerde houding hangen en steunen.
1.11 kunnen vrije sprongen en steunsprongen uitvoeren.
1.12 kunnen verschillende vormen van rollen uitvoeren.
1.13 kunnen aan een toestel draaibewegingen rond de breedte-as uitvoeren.
1.14 kunnen diverse klimtoestellen opklimmen en veilig ervan afdalen.
1.15 kunnen hun loopstijl en -tempo aanpassen aan de afstand.
1.16 kunnen op verschillende manieren en met diverse tuigen werpen.
 

Spel en sportspelen

  De leerlingen
1.17 beheersen fundamentele bewegingsvaardigheden die nodig zijn om een eenvoudig bewegingsspel zinvol te kunnen spelen in eenvoudige sport- en spelsituaties.
1.18 kunnen eenvoudige spelideeën uitvoeren in eenvoudige bewegingsspelen.
1.19 kunnen zich in een spel inleven en hierbij verschillende rollen waarnemen.
1.20 kennen elementaire tactische principes, kunnen ze toepassen in verwante spelen en kunnen een eenvoudig tactisch plannetje afspreken en uitvoeren.
1.20bis passen de afgesproken spelregels toe en aanvaarden de sancties bij overtredingen.
 

Ritmisch en expressief bewegen

  De leerlingen
1.21 kunnen bewegingsvormen uitvoeren op een opgelegd ritme.
1.22 kunnen een danscombinatie (een aantal bewegingspatronen achter elkaar) onthouden en zonder aanwijzingen uitvoeren.
 

Bewegen in verschillende milieus

  De leerlingen
1.23 bewegen op een aangepaste manier in de vrije natuur.
1.24 kunnen ongeremd en spelend bewegen in het water.
1.25 voelen zich veilig in het water en kunnen zwemmen.
 

Klein-motorische vaardigheden in gevarieerde situaties

  De leerlingen
1.26 kunnen klein-motorische vaardigheden in verschillende situaties voldoende nauwkeurig gedoseerd en ontspannen uitvoeren.
1.27 kunnen de functionele grepen gedifferentieerd gebruiken voor het hanteren van voorwerpen.
 

Oplossen van kind-aangepaste bewegingsproblemen

  De leerlingen
1.28* kunnen geconcentreerd bezig zijn met een bewegingstaak.
1.29 zoeken zelfstandig en op een creatieve manier naar een oplossing voor een bewegings- of spelprobleem.
1.30 kunnen zelfstandig materiaal kiezen en opstellen.
1.31 zijn in staat gekende oefen- en spelvormen zelfstandig op te starten en in gang te houden.
1.32* de leerlingen zijn bereid zichzelf vragen te stellen over hun aanpak voor, tijdens en na het oplossen van een bewegingsprobleem en willen op basis hiervan een aanpak (bij)sturen.
1.33 kunnen onder verschillende sensorische prikkels die gelijktijdig worden waargenomen de relevante prikkel selecteren.
 

2. Lichamelijke opvoeding - Gezonde en veilige levensstijl

  De leerlingen
2.1* hebben noties over eigen constitutie en ontwikkelen een correcte lichaamshouding.
2.2* ontwikkelen uithouding, kracht, lenigheid, snelheid en spierspanning om de motorische competenties te bereiken.
2.3* beleven voldoening aan fysieke inspanning en kennen ook het langetermijneffect ervan.
2.4 kennen het belang van opwarming vóór en tot rust komen na fysieke activiteiten.
2.5 kennen mogelijke vormen van rollend en/of glijdend materiaal en weten er veilig mee om te gaan.
 

3. Lichamelijke opvoeding - Zelfconcept en het sociaal functionerentd

  De leerlingen
3.1* zijn bereid een opdracht vol te houden en af te werken.
3.2* kunnen hun eigen inspanning en die van anderen inschatten en waarderen.
3.3* nemen deel aan bewegingsactiviteiten in een geest van fair play.
3.4 kennen de mogelijkheden om buiten de les lichamelijke opvoeding een voorkeursport te beoefenen.
3.5* tonen spontaneïteit, expressiviteit en echtheid op een sociaal aanvaarde wijze.
3.6* zien ongecontroleerde en ongewenste uitingen bij zichzelf in en zetten ze recht.
3.7 kunnen bewegingsmateriaal op de geëigende manier gebruiken.

* De attitudes werden met een asterisk (*) in de kantlijn aangeduid.

Wat zijn eindtermen?

Eindtermen zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid als noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie.

Voor het lager onderwijs zijn er enkel eindtermen voor het einde van de basisschool.

Wat zijn ontwikkelingsdoelen?

Ontwikkelingsdoelen zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid wenselijk acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie.

In het kleuteronderwijs zijn er enkel ontwikkelingsdoelen voor het einde van de kleuterschool.

Besluit Vlaamse regering

De ontwikkelingsdoelen werden vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs van 27.05.1997 en in het decreet basisonderwijs.