Buitengewoon lager onderwijs type 2 - Sociaal-emotionele ontwikkeling

Uitgangspunten

In onze samenleving worden heel wat inspanningen geleverd om de cognitieve ontwikkeling en het verwerven van vaardigheden te stimuleren. Naast dit kennen en kunnen speelt echter ook het beleven van het kennen, kunnen en aankunnen een belangrijke rol. Leerlingen in het type 2-onderwijs kenmerken zich dikwijls door een grote gevoeligheid en kwetsbaarheid. Bovendien leidt de confrontatie met de handicap(s) en de gevolgen ervan bij velen tot affectieve problemen (bv. negatief zelfbeeld, gebrek aan zelfvertrouwen, minderwaardigheidsgevoelens).

Kinderen met een mentale handicap hebben het moeilijk om in hun gevoelsleven structuur aan te brengen. Om tot expressie van gevoelens te komen is er zowel zelfkennis als kennis van verschillende uitingsvormen nodig. Dit ontbreekt echter vaak bij leerlingen in het type 2-onderwijs. Een aantal onder hen is zich zelfs niet bewust van zichzelf. Bij sommige leerlingen zal het nodig zijn om via de ontwikkelingsdoelen lichaamsperceptie en basale stimulatie te komen tot de ontwikkeling van het zelfbewustzijn.

Pas daarna zal men expliciet aandacht kunnen besteden aan de opbouw van een positief zelfbeeld en emotiebeleving. Leerlingen moeten hun mogelijkheden leren kennen, leren waarderen, leren ontwikkelen en leren gebruiken. Dit kan groeien doordat zij zich als mens gewaardeerd voelen, doordat ze hun mogelijkheden positief ervaren. Aanmoedigingen en lofuitingen van anderen zijn immers een noodzakelijke voorwaarde om tot zelfwaardering te kunnen komen. Door met anderen om te gaan leert men niet alleen de anderen kennen maar wordt ook zelfkennis opgebouwd. Op die manier worden kennis van de andere en zelfkennis complementair.

Het is tevens belangrijk om hen op affectief vlak weerbaarder te maken. Bij de persoonlijkheidsvorming speelt tenslotte ook het creatieve aspect een essentiële rol. Via creativiteit krijgt men de mogelijkheid om zich te uiten (bv. verven op muziek, klei kneden, ) en om emotionele gebeurtenissen te verwerken. De doelstellingen die gericht zijn op creativiteit werden ondergebracht bij het leergebied muzische vorming.

Een kind heeft enerzijds menselijke verbondenheid nodig om aan zijn aanvankelijke hulpeloosheid te ontsnappen en tot autonomie te kunnen groeien. Anderzijds is deze verbondenheid ook een doel op zichzelf. Autonomie en sociale ontwikkeling zijn uit elkaar ontstaan en blijven in elkaar verstrengeld. Autonomie is een voorwaarde tot interactie en door de sociale interactie groeit de autonomie. Heel wat leerlingen in het type 2-onderwijs ervaren "relaties met andere mensen" en "verbondenheid" echter als sterk bedreigend. Vandaar dat het leergebied "sociaal-emotionele ontwikkeling" expliciete aandacht verdient in het type 2-onderwijs.

De ontwikkelingsdoelen werden geordend in twee domeinen:

1. Emotiebeleving
2. Sociale beleving

1. Domein emotiebeleving

De ontwikkelingsdoelen van het domein "emotiebeleving" zijn gericht op de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind zelf m.a.w. gericht op de ontwikkeling van het eigen gevoelsleven.

2. Domein sociale beleving

Met de sociale beleving wordt het zo optimaal mogelijk functioneren van de leerling in sociale en interpersoonlijke situaties beoogd. Bovendien wordt ernaar gestreefd dat de leerling in toenemende mate zelfstandig deelneemt aan de omgang, gewoonten en waarden die gebruikelijk zijn binnen de gemeenschap waartoe hij hoort.

 

Ontwikkelingsdoelen

 

1. Domein emotiebeleving

 

Besef van behoeften, verlangens en gevoelens

1 De leerling ontdekt lust- en onlustgevoelens.
2 De leerling hanteert gedrag dat leidt tot behoeftebevrediging.
3 De leerling beseft grenzen vanuit zijn omgeving en vanuit zichzelf ten aanzien van zijn behoeftebevrediging.
 

Inzicht en beheersing van behoeften en verlangens

4 De leerling ervaart en herkent elementaire behoeften en verlangens.
5 De leerling gaat adequaat om met elementaire behoeften en verlangens.
6 De leerling maakt een eenvoudige keuze tussen behoeften/verlangens.
7 De leerling stelt bepaalde behoeften en verlangens uit of ziet ervan af.
 

Ontwikkelen en beheersen van emoties

8 De leerling ervaart en herkent bij zichzelf emoties en gevoelsuitdrukkingen.
9 De leerling gaat bij zichzelf adequaat om met emoties en gevoelsuitdrukkingen.
10 De leerling benoemt bepaalde emoties bij zichzelf.
 

Ontwikkelen van autonomie

11 De leerling is zich bewust van zijn eigenheid als individu.
12 De leerling ervaart de regelmatig voorkomende gevoelens van macht en onmacht en leert met deze gevoelens rekening te houden.
 

2. Domein sociale beleving

 

Passief contact met de wereld via één of meer kanalen (zie ook leergebied ‘wereldoriëntatie - domein ‘mens’)

13 De leerling aanvaardt contact via één of meerdere kanalen (tactiele, auditieve, visuele, smaak- en reukwaarneming).
 

Actief contact met de wereld, via één of meer kanalen

14 De leerling legt of vraagt contact via één of meerdere kanalen.
 

Gehechtheidsrelatie met een vertrouwde volwassene

15 De leerling ervaart het onderscheid tussen zijn persoon en de anderen (scheiding ik-niet ik).
16 De leerling herkent vertrouwde personen.
17 De leerling is bereid tot medewerking en samenwerking met zijn verzorger/begeleider.
18 De leerling aanvaardt verwijdering van vertrouwde personen.
19 De leerling vraagt om en hecht zich aan materialen, dieren en personen.
20 De leerling beseft en geniet van wederkerigheid met vertrouwde personen.
21 De leerling herkent gevoelens (uitdrukkingen) bij anderen.
22 De leerling benoemt gevoelens en emoties bij anderen.
23 De leerling reageert adequaat op gevoelens van anderen.
 

Voor zichzelf opkomen

24 De leerling durft communiceren met anderen.
25 De leerling geeft zijn mening op een aanvaardbare manier.
26 De leerling komt voor zichzelf op.
27 De leerling aanvaardt een compromis.
 

Interpersoonlijke relaties

28 De leerling komt los van vertrouwde personen en gaat een relatie aan met anderen.
29 De leerling houdt rekening met anderen.
30 De leerling aanvaardt en beantwoordt vriendschap.
 

Seksuele identiteit

31 De leerling ervaart en exploreert seksuele gevoelens.
32 De leerling gaat op een aanvaardbare manier om met seksuele gevoelens.
 

Gevolgen van eigen gedrag inzien en accepteren

33 De leerling neemt verantwoordelijkheid voor bepaalde taken en afspraken op zich.
34 De leerling aanvaardt kritiek.
35 De leerling is oprecht.

 

Ontwikkelingsdoelen

Het buitengewoon onderwijs laat de leerlingen geen gemeenschappelijk leerprogramma doorlopen, maar zorgt voor een geïndividualiseerd curriculum dat aangepast is aan de noden en de mogelijkheden van elke leerling. Daarom selecteert het schoolteam de ontwikkelingsdoelen die het voor een bepaalde leerling of leerlingengroep wil nastreven. Deze selectie is een fase in de handelingsplanning.

Schoolteams kunnen ontwikkelingsdoelen selecteren uit:

  • de ontwikkelingsdoelen die voor een bepaald onderwijstype of een bepaalde opleidingsvorm zijn vastgelegd;
  • de eindtermen of ontwikkelingsdoelen van het gewoon basisonderwijs of het gewoon secundair onderwijs;
  • de ontwikkelingsdoelen die voor andere onderwijstypes of een andere opleidingsvorm zijn vastgelegd.

Doelenselectie

De doelenselectie wordt vastgelegd in het handelingsplan. Het handelingsplan vermeldt ook hoe het multidisciplinair teamwerk wordt gepland en hoe de sociale, psychologische, orthopedagogische, medische en paramedische hulpverlening in het opvoedings- en onderwijsaanbod wordt geïntegreerd. Het handelingsplan wordt opgemaakt door de klassenraad, in samenspraak met het CLB en indien mogelijk met de ouders.

Besluit Vlaamse regering

De ontwikkelingsdoelen werden vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 8 van 27.04.2003.