Buitengewoon lager onderwijs type 2 - Muzische vorming

Uitgangspunten

In deze context wordt de term "muzische vorming" ruim geïnterpreteerd. Dit deelgebied handelt over vaardigheden die een leerling nodig heeft om zijn vrije tijd goed te gebruiken en zinvol in te vullen. Eigenlijk staat in dit gedeelte de ontwikkeling van het spel en het muzisch handelen centraal. Zowel spel als muzisch handelen kunnen een rijke bijdrage leveren aan de verschillende facetten van de ontwikkeling van het kind. Spelen en muzische handelingen houden immers een complexiteit van vaardigheden in. Affectieve, cognitieve, sociale en motorische aspecten zijn hier in permanente dialoog gewikkeld. Deze doelen hebben bijgevolg niet alleen betrekking op het vrijetijdsgebeuren maar zijn belangrijk voor de ontplooiing van de totale persoonlijkheid. Spel en muzische activiteiten vergroten door expressie en communicatie de vaardigheden. Ze geven vorm aan ervarings- en gevoelspatronen en zorgen ervoor dat de leerling zijn greep op de wereld vergroot. Via deze activiteiten kan het kind op een speelse manier een conflict of een emotionele gebeurtenis doorwerken. De gebeurtenissen worden verpakt in een verhaal dat verteld, gezongen, gedanst en/of beeldend vormgegeven wordt (bv. een gebeurtenis tekenen, waarbij de tekening ondersteund wordt door een verhaal, geluiden en muzikale aspecten en expressieve bewegingen. Hierbij kan het verhaal beschouwd worden als een creatieve poging om ervaringen te verwerken. Vaak krijgen deze muzisch vormgegeven gebeurtenissen ook een gelukkige -of tenminste een voor het kind minder bedreigende- afloop.

Het kind kan uiting geven van zijn innerlijke wereld en van de manier waarop hij de buitenwereld ervaart. In het spel en het muzisch handelen communiceren kinderen via tekens, kleuren, vormen, gebaren, bewegingen, woorden, zinnen, klanken en geluiden. Via speelse en expressieve activiteiten kunnen kinderen vorm geven aan hun eigen wereld. Ze leren zich scheppend en herscheppend uiten in diverse expressievormen. Bij leerlingen uit het type 2-onderwijs kunnen deze expressievormen zelfs een alternatief vormen ter compensatie van hun problemen met "talige" communicatie (bv. gesproken en geschreven taal).

Spel en creatieve expressie zijn tevens belangrijke schakels in de ontwikkeling van het symbolisch en creatief denken. Door activiteiten zoals imiteren, symbolisch spel (rollenspel), tekenen, leren kinderen symbolen en tekens hanteren die voor iets anders staan, die afwezige objecten of gebeurtenissen uitbeelden. Hierbij leren kinderen omgaan met het onderscheid tussen spel en werkelijkheid, tussen symboliek en realiteit. Muzische activiteiten en spel zijn bovendien manieren om de werkelijkheid te verkennen, te herkennen en te begrijpen. Via deze activiteiten ervaart men de mogelijkheden en grenzen van materiaal en ontdekt men de eigen capaciteiten en beperkingen.

Spelen en muzisch handelen bevorderen tevens de ontwikkeling van een adequate werkhouding, concentratie, uithoudingsvermogen, aandacht, creativiteit en verbeelding. Spel en muzische activiteiten bieden kinderen de mogelijkheid om al doende het planmatig handelen, het zelfontdekkend en probleemoplossend denken te ontwikkelen.

Deze activiteiten kunnen een waardevolle bijdrage leveren tot het ontwikkelen van een positief zelfbeeld, de motivatie, en het leren initiatief nemen. Daarnaast kan al spelend en via creatieve expressie ook gewerkt worden aan de ontwikkeling van communicatie en samenwerking, zelfsturing en zelfstandigheid en exploratie. Bovendien zijn dit bezigheden die bij kinderen geliefd zijn en waarvoor ze intrinsiek gemotiveerd zijn aangezien de activiteit op zich vaak vreugde verschaft.

Ontwikkelingsdoelen

 

Exploreren

1 De leerling exploreert (met alle zintuigen) allerlei voorwerpen en materialen in zijn omgeving.
2 De leerling verkent zijn bredere omgeving.
 

Experimenteren

3 De leerling experimenteert (manipuleert, transformeert en combineert) en speelt met allerlei basisspeelgoed en spelletjes.
4 De leerling experimenteert met verschillende materialen en technieken om tot beeldend werk te komen.
5 De leerling experimenteert met klanken, stem en instrumenten, en test verschillende klankbronnen uit.
6 De leerling experimenteert met de verschillende bewegingsmogelijkheden van het eigen lichaam.
7 De leerling experimenteert met symbolische spelvormen.
 

Representeren via diverse expressievormen

8 De leerling komt tot imitatie.
9 De leerling uit zich op een beeldende manier.
10 De leerling vindt plezier en voldoening in verschillende expressiemogelijkheden.
11 De leerling zoekt een eigen oplossing voor problemen waarmee hij geconfronteerd wordt bij het spelen of muzisch handelen.
 

Samenwerken in spel of bij een muzische activiteit

12 De leerling speelt samen met anderen tijdens een muzische activiteit.
 

Spelen als bijdrage tot ontwikkeling

13 De leerling kiest voor functiespel (en dit kan door aanwending van de verschillende sensorische kanalen).
14 De leerling doet aan symbolisch spel waarbij de alsof-realiteit primeert. Binnen deze alsof-realiteit wordt de werkelijkheid herschapen en/of door fantasie bewerkt.
15 De leerling doet aan constructiespel dat gekenmerkt wordt door een vooropgezet plan, een voorafgaande benoeming van het product, de uitvoering van het plan en de herkenbaarheid van het eindproduct.
16 De leerling doet aan regelspel waarbij (spel)regels, wedijver en het beurtrolsysteem en in sommige gevallen het spelen in een partnersituatie centraal staan.
 

Waarderen van expressie van anderen en van andere culturen

17 De leerling geniet van en waardeert expressie van anderen en andere culturen.
 

Zelfstandig spelen

18 De leerling kiest een spel, spelmateriaal, of een muzische activiteit in functie van activiteit en omstandigheden.
19 De leerling speelt zelfstandig of is muzisch bezig in de buurt van volwassenen.
20 De leerling speelt of werkt gedurende een tijd alleen.
 

Streven naar een "eindproduct"

21 De leerling geeft aan wanneer datgene wat gemaakt werd "af" is.
22 De leerling gaat om met de waardering van anderen over de muzische activiteit.
 

Uitbouwen van een eenvoudige hobby

23 De leerling beleeft een zelf gekozen activiteit als hobby.
24 De leerling communiceert met anderen over zijn hobby.

 

Ontwikkelingsdoelen

Het buitengewoon onderwijs laat de leerlingen geen gemeenschappelijk leerprogramma doorlopen, maar zorgt voor een geïndividualiseerd curriculum dat aangepast is aan de noden en de mogelijkheden van elke leerling. Daarom selecteert het schoolteam de ontwikkelingsdoelen die het voor een bepaalde leerling of leerlingengroep wil nastreven. Deze selectie is een fase in de handelingsplanning.

Schoolteams kunnen ontwikkelingsdoelen selecteren uit:

  • de ontwikkelingsdoelen die voor een bepaald onderwijstype of een bepaalde opleidingsvorm zijn vastgelegd;
  • de eindtermen of ontwikkelingsdoelen van het gewoon basisonderwijs of het gewoon secundair onderwijs;
  • de ontwikkelingsdoelen die voor andere onderwijstypes of een andere opleidingsvorm zijn vastgelegd.

Doelenselectie

De doelenselectie wordt vastgelegd in het handelingsplan. Het handelingsplan vermeldt ook hoe het multidisciplinair teamwerk wordt gepland en hoe de sociale, psychologische, orthopedagogische, medische en paramedische hulpverlening in het opvoedings- en onderwijsaanbod wordt geïntegreerd. Het handelingsplan wordt opgemaakt door de klassenraad, in samenspraak met het CLB en indien mogelijk met de ouders.

Besluit Vlaamse regering

De ontwikkelingsdoelen werden vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 8 van 27.04.2003.