Buitengewoon lager onderwijs type 1 - Muzische vorming

Uitgangspunten

1. Kerngedachten

Muzische Vorming is gericht op zelfrealisatie door het ontwikkelen van de creatieve en expressieve mogelijkheden. Creatieve expressie is het vermogen om zich scheppend en herscheppend te uiten via diverse uitdrukkingsvormen. Dit leidt tot een beter verwerken van en werken aan de eigen wereld. Zo speelt de Muzische Vorming een essentiële rol in het ontwikkelingsproces van kinderen.

Muzische Vorming activeert het leerproces door verschillende mogelijkheden aan te reiken om de wereld te verkennen en te begrijpen, individuele bekwaamheden te ontwikkelen, maar vooral om met vreugde en plezier de zelfexpressie te ontdekken en ze voor zichzelf te verruimen. Hierbij worden technische inzichten en vaardigheden verworven, worden verbeelding en creativiteit gekoesterd en worden waarden afgetast. Kinderen leren bovendien deze waarden te evalueren vanuit hun persoonlijke kritische betrokkenheid. Zo ontwikkelen ze de esthetische dimensie. Via muzisch handelen ontwikkelen zij met andere woorden een kritische houding en een persoonlijke smaak. Muzisch zijn beoogt geen specialisatie. In het buitengewoon lager onderwijs wil Muzische Vorming werken aan de verwezenlijking van een aantal componenten. Deze componenten kunnen samengevat worden met sleutelwoorden als exploreren en experimenteren, waarnemen, reflecteren, fantaseren, verbeelden, vormgeven, kwalificeren, oriënteren, verwoorden, waarderen, en evalueren.

Om deze componenten van Muzische Vorming te kunnen realiseren, werd bij het formuleren van de ontwikkelingsdoelen vertrokken van de volgende uitgangspunten.

1.1 Muzische expressie als vorm van communicatie

In het muzisch handelen communiceren kinderen via tekens, kleuren, vormen, gebaren, bewegingen, woorden, zinnen, klanken en geluiden. Via creatieve en expressieve activiteiten kunnen kinderen vorm geven aan hun eigen innerlijke wereld en aan de manier waarop ze de buitenwereld ervaren. Ze leren zich uiten in diverse expressievormen. Bij leerlingen in het type 1-onderwijs kunnen deze uitdrukkingsvormen zelfs een alternatief vormen ter compensatie van hun problemen met "talige" communicatie. Het muzisch handelen verschaft hen een taal om toch gevoelens, gedachten, ervaringen en fantasieën die ze niet kunnen of durven verwoorden, te uiten.

1.2 De verwerkingsfunctie van muzisch handelen

Veel kinderen kunnen ervaringen, conflicten, angsten en spanningen herbeleven op het niveau van het muzisch handelen en ze daardoor op een speelse manier verwerken. Thema's en gebeurtenissen die de leerling emotioneel bezig houden, worden op een creatieve manier weergegeven. De gebeurtenissen worden verpakt in een verhaal dat wordt verteld, gezongen, gedanst of beeldend vormgegeven. Hierbij kan het verhaal beschouwd worden als een inventieve poging om met de problemen om te gaan, om ervaringen te verwerken. Het kind tracht via muzisch handelen sterk geladen situaties te doorleven, te begrijpen, te beheersen. Vaak krijgen deze muzisch vormgegeven gebeurtenissen een gelukkige of een minder bedreigende afloop. Negatieve gebeurtenissen worden als het ware herbeleefd maar ook veranderd zodat ze draaglijk en verwerkbaar worden. De werkelijkheid wordt op een symbolische wijze uitgebeeld, herschapen, zingegeven en geïntegreerd.

1.3 Symbolisch en creatief denken en handelen

Creatieve expressie is een belangrijke schakel in de ontwikkeling van het voorstellingsvermogen, van het symbolisch en creatief denken en handelen. Door activiteiten zoals imiteren, symbolisch spel en tekenen leren kinderen symbolen en tekens hanteren die voor iets anders staan, die afwezige objecten of gebeurtenissen uitbeelden. Hierbij leren kinderen omgaan met het onderscheid tussen symboliek en realiteit. De meeste kinderen leren spelenderwijs. Bij leerlingen met een mentale handicap is dit niet zo vanzelfsprekend omdat de ontwikkelingsvertraging zich manifesteert in de spelontwikkeling.
Het creatief vermogen wordt gestimuleerd doordat leerlingen in Muzische Vorming uitgenodigd worden om in allerlei situaties verschillende oplossingen te zoeken. Kinderen met een mentale handicap blijken vaak moeilijkheden te hebben met het zich creatief uitdrukken. Het is dus belangrijk aan dit aspect voldoende aandacht te besteden tijdens de muzische activiteiten.

1.4 Muzisch werken aan sociaal-emotionele vaardigheden

Muzisch bezig zijn kan ook een bijdrage leveren tot de ontwikkeling van sociale competenties. Muzische activiteiten vormen een ideaal platform om anderen te ontmoeten en met anderen samen te werken aan de realisatie van een gemeenschappelijk doel. Ze leren samen plannen, overleggen, beslissingen nemen, afspraken maken, oplossingen bedenken en elkaar helpen. Doorheen een proces van denk- en doe-activiteiten ontstaat er een constante wisselwerking tussen de leerkracht en de leerlingen, en tussen de leerlingen onderling. Muzische activiteiten bevorderen niet enkel het samenwerken en samenleven maar ook het samen leren. Door te kijken naar wat anderen doen, hoe anderen een probleem aanpakken, wat anderen gecreëerd hebben, worden het denken en handelen van de leerlingen voortdurend beïnvloed.

Doorheen muzische activiteiten worden kinderen gestimuleerd om zelf keuzes te maken om oplossingen te zoeken voor problemen bij het muzisch handelen, om initiatief te nemen, zelf beslissingen te nemen, zelf een mening te vormen en kritisch te staan ten opzichte van eigen werk en het werk van anderen. Bovendien krijgen kinderen daarbij kansen om iets van zichzelf en van hun capaciteiten te tonen aan anderen. Muzische activiteiten kunnen een waardevolle bijdrage leveren tot het ontwikkelen van een positief zelfbeeld. Via muzisch handelen wordt gewerkt aan het herstellen van het zelfvertrouwen en het ontwikkelen van meer zelfsturing en zelfstandigheid.

2. Problemen bij muzische activiteiten

Kinderen met een licht mentale handicap hebben doorgaans een achterstand in de ontwikkeling van waarneming, lichaamsschema, ruimte- en tijdsbeleving, grove of fijne motoriek, richtingsbewustzijn en -gevoel. Doordat hun waarneming eerder oppervlakkig en weinig gedifferentieerd is, is ook het voorstellingsvermogen anders. Dit zijn stuk voor stuk elementen die een niet te verwaarlozen rol spelen bij het muzisch handelen.
De ontwikkelingsachterstand waar leerlingen in het BuO type 1 mee kampen, manifesteert zich ook op het gebied van het muzisch handelen. Anderzijds biedt Muzische Vorming de leerlingen verscheidene mogelijkheden en stimulansen om de meeste problemen aan te pakken. Immers, in muzische activiteiten wordt een leerproces op gang gebracht waarin doelstellingen m.b.t. verschillende facetten van de persoonlijkheidsontwikkeling kunnen nagestreefd en verwezenlijkt worden. Een belangrijk pluspunt hierbij is dat leerlingen doorgaans vreugde en plezier beleven tijdens het muzisch handelen. Expressieve vormgeving is een belangrijk middel tot zelfrealisatie. Creatieve expressie kan het gevoel van eigenwaarde vergroten voor leerlingen met een licht mentale handicap. Expressie, muzisch handelen en kunst kunnen een belangrijke aanvulling betekenen.

3. Domeinen

Hoewel het muzische in principe ondeelbaar is en als geheel vervat zit in het ontwikkelingsproces, worden de ontwikkelingsdoelen omwille van de overzichtelijkheid toch ondergebracht in een aantal afzonderlijke domeinen.
Bovendien kan via deze indeling de impact van de verschillende domeinen op de zelfexpressie van de leerlingen beschreven worden. Door kennis te maken met deze domeinen ervaren de leerlingen de expressieve waarde ervan in het dagelijks leven, hier en bij andere volkeren.

3.1 Beeld

Het domein "Beeld" duidt op de beeldende signalen in de omgeving van de leerling. Bij beeldende expressie gebruikt men verschillende beeldaspecten om zintuiglijke impressies, gevoelens en ideeën vorm te geven en te communiceren. Beeldtaal vereist dat kinderen bewuster leren waarnemen en dat ze de mogelijkheden en eigenschappen van materialen en gereedschappen ontdekken. Zij leren tevens beelden interpreteren en evalueren.

3.2 Muziek

Het domein "Muziek" verwijst naar het muzikale en de muzikale beleving. Muzikale expressie betekent dat men zich uitdrukt via muzikale elementen zoals klanken en geluiden. Een belangrijke doelstelling bestaat erin dat leerlingen de kansen benutten om muzikaal actief deel te nemen aan het maken, het beluisteren en het zelf samenstellen van klanken en geluiden. Essentieel is dat kinderen genieten van het experimenteren met klank en geluid en dat ze er niet voor terugschrikken om hiervoor de nodige vaardigheden te verwerven.

3.3 Drama

Het domein "Drama" legt accenten op de wereld van het symbolisch spel en de dramatische spelvormen en podiumkunsten. Drama is een expressievorm waarin situaties, ideeën, ervaringen en emoties via spel door middel van één of meerdere rollen tot uitdrukking worden gebracht. Drama betekent met woord en beweging inpikken op en nabootsen van de werkelijkheid. Bij dramatische expressie krijgt een gegeven vorm binnen een bepaalde ruimte en tijd en via personages. Het is belangrijk dat kinderen kansen krijgen om vanuit een natuurlijk proces ideeën en gevoelens over te brengen met de expressie van de stem, het gebaar en de bewegingen in reële of verzonnen situaties. Daardoor ontwikkelen zij vaardigheden en technieken om zich maximaal te uiten.

3.4 Beweging

Het domein "Beweging" opent de weg naar de wereld van de dans en van de lichaamstaal en het beheerst muzisch bewegen. Bij bewegingsexpressie wordt creatief omgegaan met lichaam, kracht, tijd en ruimte. Om hun bewegingsmogelijkheden te ontwikkelen, dienen leerlingen de mogelijkheden van hun lichaam te ervaren en te beleven en te ontdekken dat ze de verschillende basiselementen van de beweging moeten bespelen. Belangrijk is dat kinderen met inzicht de expressieve waarde van dans en beweging toepassen met de eigen lichaamstaal.

3.5 Media

Het domein "Media" wijst op de audiovisuele boodschappen in de omgeving van de leerling en in de mediawereld in het bijzonder. Audiovisuele vormgeving en -expressie is het exploreren en experimenteren met beeld en geluid om zo de eigen gevoelens, ervaringen en gedachten vorm te kunnen geven en aan anderen kenbaar te maken.
Media zijn alle communicatiemiddelen die gebruikt worden om boodschappen in de vorm van geluiden en beelden over te brengen. Tegenwoordig zijn er enorm veel mediadragers zoals krant, telefoon, fax, televisie, video, c.d.'s, computers, internet en multimedia. Aandacht voor massamedia is essentieel in het onderwijs. Kinderen met een licht mentale handicap zijn doorgaans zeer makkelijk te beïnvloeden. Via massamedia worden zowel informatie als waarden en normen overgedragen, die deze kinderen niet in vraag stellen en gewoon overnemen. Bovendien leveren media vaak een "gekleurd" of onvolledig beeld van de werkelijkheid. Zeker kinderen met een licht mentale handicap moeten beseffen dat de maatschappij beeld en klank gebruikt voor allerlei zaken en zeker niet alleen voor cultuur en kunst. Een kennismaking met de specifieke vormgevingsmiddelen die de makers gebruiken om de interpretatie bij de luisteraar en kijker te beïnvloeden is onontbeerlijk voor deze kinderen. Ze moeten leren om audiovisuele boodschappen te controleren, te relativeren, en er een eigen standpunt over in te nemen. Daardoor zullen ze meer alert omgaan met de media en zullen ze zich toch minder laten manipuleren.

3.6 Attitudes

Door actief muzisch handelen in het onderwijs verwerven de kinderen niet enkel de elementaire kennis, inzichten, vaardigheden, maar vooral attitudes inzake het bekijken, beluisteren, interpreteren, ontwerpen en maken van het kunstzinnige. Dit geldt niet alleen voor het kunstzinnige in de wereld in het algemeen maar in het bijzonder ook voor de zelfexpressie.
De attitudes zijn uiteraard geen specifiek expressiedomein maar gelden wel voor alle uitdrukkingsvormen. In het buitengewoon onderwijs type 1 verdienen deze attitudes extra aandacht. Immers, de problemen waarmee deze kinderen kampen hebben er vaak (on)rechtstreeks voor gezorgd dat ze minder actief exploreren en experimenteren, dat ze zich niet creatief durven uiten, dat ze vlugger opgeven en blokkeren bij een probleem, dat ze minder kunnen genieten van muzische activiteiten en kunstzinnige producten.

 

Ontwikkelingsdoelen

 

1. Algemeen

1 De leerling gaat op een speelse manier met beeldtaal, klanktaal, lichaamstaal, woordtaal en audiovisuele taal om.
2 De leerling durft zijn eigen fantasierijke en inventieve uitingen tonen.
3 De leerling uit zich muzisch in een sociaal aanvaardbare context.
4 De leerling ervaart en verwerkt de vormgevingsmogelijkheden en beperkingen van materialen en beelden, instrumenten en klanken, bewegingen en lichaamstaal, woorden en stem.
5 De leerling stelt zich open voor kunst.
6 De leerling kiest een aangepaste muzische techniek of werkvorm om een impressie over te brengen of een muzische creatie samen te stellen.
 

2. Beeld

7 De leerling doet impressies op door betasten en voelen (tactiel), door kijken en zien (visueel), hij verwerkt deze impressies en praat erover.
8 De leerling onderscheidt en verwoordt verscheidene beeldaspecten (kleur, lijn, vorm, vlak, en ritme).
9 De leerling onderscheidt materialen en technieken door observeren, exploreren en experimenteren.
10 De leerling ontwikkelt een toenemende vaardigheid in het gebruik van materialen en het toepassen van technieken (o.a. knippen, plakken, schilderen, boetseren, een lat hanteren, ...).
11 De leerling wendt verschillende beeldende, technische middelen aan en gebruikt ze samen om tot beeldend werk te komen.
12 De leerling geeft zintuiglijke impressies, informatie, ervaringen, gevoelens en fantasieën op een beeldende manier weer in een persoonlijke, authentieke creatie.
13 De leerling herkent de materialen en technieken die in een beeldend werk zijn gebruikt.
 

3. Muziek

14 De leerling ervaart, herkent en bootst het ritme in beluisterde muziek en de geluidsomgeving na.
15 De leerling ervaart en herkent signalen in beluisterde muziek en in de geluidsomgeving.
16 De leerling heeft aandacht voor de klankeigenschappen.
17 De leerling ervaart en herkent de functie en gebruikssituatie van klanken, geluiden en muziek.
18 De leerling ontdekt het gevarieerde muziekaanbod in de wereld van geluiden.
19 De leerling doet muzikale impressies op uit de geluidsomgeving.
20 De leerling experimenteert met klank, stem, instrument en test verschillende klankbronnen uit op hun klankwaarde en maakt er gebruik van in een muzikaal (samen)spel.
21 De leerling ontwikkelt een toenemende stembeheersing.
22 De leerling speelt met liederen en muziekfragmenten.
23 De leerling houdt bij het samenspel of de samenzang rekening met eenvoudige afspraken.
24 De leerling ervaart dat hijzelf in staat is om eenvoudige composities te maken.
 

4. Drama

25 De leerling experimenteert met verschillende verbale en non-verbale spelvormen.
26 De leerling neemt verschillende spelvormen waar.
27 De leerling ervaart en ziet in dat de juiste verhouding tussen woord en beweging de expressie kan vergroten.
28 De leerling ontwikkelt een aan de speelsituatie aangepaste spreektechniek (articulatie, adembeheersing, tempo, toonhoogte).
29 De leerling luistert geconcentreerd naar een gesproken tekst (verteld of voorgelezen) en geeft die mondeling, schriftelijk, beeldend of dramatisch weer.
30 De leerling uit zintuiglijke impressies, ervaringen, gevoelens, fantasieën en gedachten in symbolisch spel.
31 De leerling maakt onderscheid tussen spel en werkelijkheid.
32 De leerling hanteert spelvormen in een sociale en maatschappelijke context.
 

5. Beweging

33 De leerling experimenteert met verschillende bewegingsmogelijkheden van het eigen lichaam.
34 De leerling beweegt spontaan mee op muziek.
35 De leerling bouwt een eenvoudig bewegingsverhaal op met als vertrekpunt iets wat gehoord, gezien, gelezen, gevoeld of meegemaakt wordt.
36 De leerling beweegt op een creatieve manier en bespeelt daarbij één of meerdere basiselementen van de beweging.
37 De leerling beweegt samen met anderen, waarbij al improviserend gereageerd wordt op elkaars beweging.
38 De leerling begrijpt dat beweging en dans verschillende functies en betekenissen kunnen hebben zowel hier als in andere culturen.
 

6. Media

39 De leerling experimenteert en stelt daarbij vast dat klanken, beelden en bewegingen elkaar wederzijds beïnvloeden.
40 De leerling ervaart en beseft dat een audiovisuele boodschap verschillend kan geïnterpreteerd worden.
41 De leerling ervaart dat in een audiovisuele boodschap het aanbrengen van minimale veranderingen een andere betekenis kan veroorzaken.
42 De leerling herkent en begrijpt eenvoudige audiovisuele informatie uit de eigen omgeving.
43 De leerling onderzoekt en vergelijkt informatie uit de eigen omgeving naar betrouwbaarheid, eenzijdigheid en oppervlakkigheid.
44 De leerling beoordeelt audiovisuele boodschappen (van zichzelf en van anderen) op hun geslaagde en minder geslaagde aspecten.
45 De leerling wijst soorten van eenvoudige hedendaagse audiovisuele opname- en weergavetoestellen (informatiedragers) aan, benoemt ze en bedient ze creatief.
46 De leerling maakt zelf een audiovisuele boodschap met tekens, kleuren, vormen, gebaren, bewegingen, woorden, geluiden...
47 De leerling relativeert het massale audiovisuele aanbod en plaatst het in zijn context.
48 De leerling maakt een bewuste keuze binnen het audiovisuele aanbod.
 

7. Attitudes

49 De leerling staat open en blijft alert voor nieuwe dingen uit zijn omgeving.
50 De leerling geniet van het muzisch handelen.
51 De leerling vertrouwt op zijn eigen expressiemogelijkheden.
52 De leerling betoont respect voor uitingen van leeftijdgenoten, behorend tot de eigen en de andere culturen.
53 De leerling geniet van de fantasie, de originaliteit, de creativiteit en de zelfexpressie in 'kunstwerken'.
54 De leerling durft een eigen mening te geven over kunstwerken.

Ontwikkelingsdoelen

Het buitengewoon onderwijs laat de leerlingen geen gemeenschappelijk leerprogramma doorlopen, maar zorgt voor een geïndividualiseerd curriculum dat aangepast is aan de noden en de mogelijkheden van elke leerling. Daarom selecteert het schoolteam de ontwikkelingsdoelen die het voor een bepaalde leerling of leerlingengroep wil nastreven. Deze selectie is een fase in de handelingsplanning.

Schoolteams kunnen ontwikkelingsdoelen selecteren uit:

  • de ontwikkelingsdoelen die voor een bepaald onderwijstype of een bepaalde opleidingsvorm zijn vastgelegd;
  • de eindtermen of ontwikkelingsdoelen van het gewoon basisonderwijs of het gewoon secundair onderwijs;
  • de ontwikkelingsdoelen die voor andere onderwijstypes of een andere opleidingsvorm zijn vastgelegd.

Doelenselectie

De doelenselectie wordt vastgelegd in het handelingsplan. Het handelingsplan vermeldt ook hoe het multidisciplinair teamwerk wordt gepland en hoe de sociale, psychologische, orthopedagogische, medische en paramedische hulpverlening in het opvoedings- en onderwijsaanbod wordt geïntegreerd. Het handelingsplan wordt opgemaakt door de klassenraad, in samenspraak met het CLB en indien mogelijk met de ouders.

Besluit Vlaamse regering

De ontwikkelingsdoelen werden vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 8 van 27.04.2003.