Aanvullende ontwikkelingsdoelen buitengewoon kleuter- en lager onderwijs type 7 - Wereldoriëntatie

Ontwikkelingsdoelen

 

1. Mens

1 De leerling reflecteert over eigen doofheid / Doofheid en contacten met horenden.
2 De leerling drukt eigen positieve en negatieve ervaringen, gevoelens, verlangens, gedachten en waarderingen in verband met hun doofheid / Doofheid uit.
3 De leerling toont bereidheid om in een eenvoudige conflictsituatie met betrekking tot hun handicap te zoeken naar een oplossing.
 

2. Sociaal-culturele verschijnselen

4 De leerling kent het verschil tussen de socio-culturele visie op Doofheid en de medische visie op doofheid en kan hier op een respectvolle manier mee omgaan.
5 De leerling kan contacten leggen met horende mensen, is zich bewust van de verschillende communicatievormen, kan zijn noden en verwachtingen duidelijk maken en kan omgaan met alle aspecten van het tolkproces.
6 De leerling ziet in dat onaangepaste maatschappelijke reacties tegenover doofheid meestal niet vijandig bedoeld zijn en vaak gebaseerd op onbekendheid met en vrees voor het vreemde.
7 De leerling kan gewoontes, gedragsregels en gebruiken in de Vlaamse Dovencultuur en de gelijkenissen en verschillen met de horende samenleving illustreren.
8 De leerling kan Dovencultuur plaatsen in de huidige multiculturele samenleving.
9 De leerling is zich bewust van de diversiteit van verschillende gezinssituaties.
10 De leerling kan omgaan met de mogelijkheden die in onze samenleving bestaan voor de zorg en opvang van dove mensen en hulpmiddelen m.b.t. doofheid.
11 De leerling weet dat er verenigingen van en voor slechthorende en dove mensen in Vlaanderen zijn.
 

3. Politieke en juridische verschijnselen

12 De leerling kent de belangenorganisaties van doven in Vlaanderen en kan de verschillende visies en klemtonen illustreren.
13 De leerling kan illustreren op welke wijze de belangen van Vlaamse doven internationaal worden behartigd.
 

4. Historische tijd

14 De leerling kent de grote periodes uit de dovengeschiedenis en situeert belangrijke historische figuren en gebeurtenissen waarmee ze kennis maken in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdsband.
15 De leerling illustreert technologische en sociale ontwikkelingen die het leven van doven en slechthorenden beïnvloed hebben.

Uitgangspunten

1. Kerngedachten

Ook voor het leergebied Wereldoriëntatie: dovencultuurgelden de ontwikkelingsdoelen en eindtermen van het gewoon basisonderwijs. Ze worden als ontwikkelingsdoelen door de klassenraad tijdens de handelingsplanning geselecteerd. De toegevoegde type-eigen ontwikkelingsdoelen handelen voornamelijk over de specifieke leefsituatie van de dove of slechthorende persoon. Competent functioneren in de maatschappij veronderstelt dat de dove persoon zich bewust is van zijn specifieke leefsituatie of sociale context. Kennis hierover situeert zich op het raakvlak tussen de leergebieden sociaal-emotionele ontwik­keling en wereldoriëntatie. Wereldoriëntatie: dovencultuurbij dove kinderen moet een aantal specifieke inhouden over doofheid omvatten, die hieronder worden beschreven.

1.1 Inzicht in, algemene kennis over en openheid voor:

  • de persoon met gehoorverlies;
  • de leefwijze van gehoorgestoorde mensen;
  • de soorten gehoorverlies en hun consequenties op het vlak van geluids- en spraakwaarneming;
  • de eigenheid en geschiedenis van opvoeding en onderwijs;
  • de verenigingen en voorzieningen voor gehoorgestoorde jongeren en volwassenen;
  • de omgangsregels onder gehoorgestoorde mensen;
  • de tewerkstelling van dove en slechthorende volwassenen;
  • de hulpmiddelen: mogelijkheden en grenzen, indicaties, gebruik;
  • de verschillende communicatiesituaties waarmee de gehoorgestoorde geconfronteerd wordt.

1.2 Inzicht in, algemene kennis over en openheid voor de situatie van horende personen:

  •  de leefsituatie van horende personen;
  •  de maatschappelijke perceptie van de auditieve beperking;
  •  belangrijk informatie voor horenden over auditieve beperking;
  •  moeilijkheden die horenden ondervinden in de omgang met doven;

Informatie hierover is niet alleen belangrijk in het buitengewoon onderwijs, ze zijn minstens even belangrijk voor kinderen en jongeren met gehoorstoornissen in het gewoon onderwijs.

1.3 Twee culturele entiteiten

Typisch voor de leefsituatie van de gehoorgestoorde persoon is dat hij gecon­fronteerd wordt met twee culturele entiteiten. Het is de taak van opvoeding, onderwijs en begeleiding de contact- en relatie­vorming zowel t.a.v. horenden als van doven te stimuleren. Dit moet zo gebeuren dat de jongere psychologisch de ruimte heeft om, in­gaand op zijn eigen ervaringen, beeldvorming en persoonlijk welgevoelen, een eigen sociale positie te ontwikkelen. Elke opgroeiende jongere ontwikkelt een persoonlijk evenwicht bij het in meer­dere of mindere mate uitbouwen van contacten met andere gehoorgestoorden en/of horenden en heeft als adolescent de vrijheid eigen keuzes te maken.

2. Domeinen

Er werden ontwikkelingsdoelen geformuleerd in het domein mens, sociaal-culturele verschijnselen, politieke en juridische verschijnselen en historische tijd.

 

Ontwikkelingsdoelen

Het buitengewoon onderwijs laat de leerlingen geen gemeenschappelijk leerprogramma doorlopen, maar zorgt voor een geïndividualiseerd curriculum dat aangepast is aan de noden en de mogelijkheden van elke leerling. Daarom selecteert het schoolteam de ontwikkelingsdoelen die het voor een bepaalde leerling of leerlingengroep wil nastreven. Deze selectie is een fase in de handelingsplanning.

Schoolteams kunnen ontwikkelingsdoelen selecteren uit:

  • de ontwikkelingsdoelen die voor een bepaald onderwijstype of een bepaalde opleidingsvorm zijn vastgelegd;
  • de eindtermen of ontwikkelingsdoelen van het gewoon basisonderwijs of het gewoon secundair onderwijs;
  • de ontwikkelingsdoelen die voor andere onderwijstypes of een andere opleidingsvorm zijn vastgelegd.

Doelenselectie

De doelenselectie wordt vastgelegd in het handelingsplan. Het handelingsplan vermeldt ook hoe het multidisciplinair teamwerk wordt gepland en hoe de sociale, psychologische, orthopedagogische, medische en paramedische hulpverlening in het opvoedings- en onderwijsaanbod wordt geïntegreerd. Het handelingsplan wordt opgemaakt door de klassenraad, in samenspraak met het CLB en indien mogelijk met de ouders.

Besluit Vlaamse regering

De ontwikkelingsdoelen werden vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 8 van 27.04.2003.